rechtsbron nummer reg.nr. rechtsbrondatum gepubliceerd in publicatiedatum pagina
C.A.O.   59025 12.06.2001      
K.B.     04.09.2002 B.S. 18.10.2002 47684

Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2001 betreffende de lonen van de studenten in de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten

Hoofdstuk I: Toepassingsgebied
Hoofdstuk II: Juridisch Kader
Hoofdstuk III: Lonen
Hoofdstuk IV: Geldigheidsduur

Hoofdstuk I : Toepassingsgebied

Artikel 1

Par.1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en behoren tot de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten alsook op hun werklieden.

Par.2

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder :

“verhuizing” : elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer : privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen, enz. met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpak, uitpak, monteren, demonteren zonder dat deze opsomming limitatief is;

“meubelbewaring” : de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen;

“aanverwante activiteiten” : elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn zoals voor het vervoer van meubelen en om de beschadiging tijdens het vervoer te voorkomen van diverse goederen zoals nieuwe meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven, enz.;

“voertuigen speciaal uitgerust voor het vervoer van meubelen” : elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, van een stuwinrichting, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein stuw- en beschermingsmaterieel, zoals dekens, kisten, elk ander soortgelijk materieel, enz.

Par.3

Onder “werklieden” wordt verstaan de werklieden en werksters.

Par.4

Onder “studenten” wordt bedoeld : elk persoon van minstens 15 jaar met volledig leerplan die enkel werkt gedurende de perioden van de schoolvakanties en die tewerkgesteld zijn in het raam van een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten waarop Titel VI van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978) van toepassing is.

Hoofdstuk II : Juridisch kader

Art.2

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van het protocolakkoord 2001-2002.

Hoofdstuk III : Lonen

Art.3

Vanaf 1 juli 2001, wordt het minimumuurloon van de studenten, bedoeld in artikel 1, par. 4, vastgesteld op 85 % van het minimumuurloon van de drager-beginneling.

Hoofdstuk IV : Geldigheidsduur

Art.4

Deze arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd door elke van de contracterende partijen, met een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het Vervoer.