K.B. van 29 september 1971 betreffende de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst.

rechtsbron nummer reg.nr. rechtsbrondatum gepubliceerd in publicatiedatum pagina
K.B.

K.B.

    29.09.1971

30.10.2003

B.S.

B.S.

28.12.1971

18.11.2003

15357

55488

 

Gelet op de wet van 10 maart 1900 op de arbeidsovereenkomst, inzonderheid op artikel 28 quater, par.1, gewijzigd bij de wet van 10 december 1962.

Artikel 1

Dit besluit is van toepassing :

  • op de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.
  • op de werkgevers die de sub punt 1 vermelde werknemers tewerkstellen.

Art.2

Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken mag alleen een regeling van gedeeltelijke arbeid worden ingevoerd vanaf de eerste werkdag volgend op die van de mededeling.

Art.3

De in artikel 2 bedoelde mededeling mag geschieden : hetzij door aanplakking van een bericht op een zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming; hetzij door overhandiging aan de werkloos gestelde werklieden en werksters van een door hen medeondertekend individueel geschrift.

Wanneer de werkman of in de werkster niet verplicht is terug te keren in de lokalen van de onderneming tijdens de dag van de aanplakking, neemt de regeling van gedeeltelijke arbeid slechts een aanvang op de eerste werkdag volgend op de dag dat hij (zij) kennis heeft kunnen nemen van die aanplakking. Voor de werkman of werkster die in hetzelfde geval verkeren in een onderneming waar de kennisgeving geschiedt door overhandiging van een individueel geschrift, neemt de regeling van gedeeltelijke arbeid slechts een aanvang op de werkdag volgend op de dag waarop de kennisgeving werd overhandigd.

Art.4

De mededeling moet vermelden :

  • de naam, voornaam en gemeente van de woonplaats van de werkloos gestelde werklieden of werksters;
  • het getal werkloosheidsdagen;
  • de duur van de nieuwe arbeidsregeling.

Art.5  (werd opgeheven bij K.B. van 30.10.2003)

Een afschrift van de in artikel 3 bedoelde mededeling moet door de werkgever aan het gewestelijk bureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening per aangetekende brief medegedeeld worden of door hem afgegeven worden ten laatste de eerste werkdag volgend op de dag van de aanplakking of van de overhandiging van de individuele kennisgeving.

Art.6

Tijdens de periode van 1 januari tot 31 maart mag het aantal arbeidsdagen teruggebracht worden op 2 dagen per week of één week op drie. Tijdens de periode van 1 april tot 31 december mag het aantal arbeidsdagen teruggebracht worden op drie dagen per week of op één week op twee.

Art.7

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Art.8

Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.