21/10/2018 4:01:16            

 
  

Eindejaarspremie

rechtsbron

nummer

reg.nr.

rechtsbrondatum

gepubliceerd in

publicatiedatum

pagina

C.A.O.    123059

23.06.2014

     
 C.A.O.   69284 26.11.2003      
K.B.     05.06.2004 B.S. 07.07.2004 54456
C.A.O.

 

 94383

15.06.2009

 

 

 

 K.B.        B.S.    

Paritair comité voor het vervoer en de logistiek

Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014
Collectieve arbeidsovereenkomst houdende de betaling van een eindejaarspremie aan de werknemers en werkneemsters die hoofdzakelijk handarbeid verrichten  tewerkgesteld in de subsector voor verhuisondernemingen
HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied
Artikel 1.
§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek en die behoren tot het Paritair Subcomité voor de verhuizing.
§2. Het Paritair subcomité voor de verhuizing is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten voor ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen.
Onder voor rekening van derden wordt verstaan : het uitvoeren van verhuisactiviteiten voor andere natuurlijke of rechtspersonen en onder voorwaarde dat de ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen op geen enkel ogenblik eigenaar van de betrokken goederen worden.
Onder verhuisactiviteiten wordt verstaan : elke verplaatsing van goederen andere dan handelsgoederen die bestemd zijn of gebruikt worden voor meubilering, inrichting of uitrusting van private of professionele ruimten met daar onder andere inbegrepen : specifieke handelingen zoals beschermen, inpakken, uitpakken, demonteren, laden, lossen, monteren, bewaren, installeren of opstellen, indien nodig met behulp van hef- of hijsmiddelen van allerlei aard.
Het Paritair Subcomité voor de verhuizing is niet bevoegd voor ondernemingen die verhuisactiviteiten uitoefenen die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, het Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten. »
HOOFDSTUK II. Juridisch kader
Artikel 2.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereen-komst van 15 juni 2009 en wordt gesloten in uitvoering van het protocolakkoord dd 30/04/2014 met betrekking tot de jaren 2013-2014.
 
HOOFDSTUK III. Modaliteiten
Artikel 3.
De betaling van een eindejaarspremie wordt toegekend aan de werknemers  bedoeld in artikel 1, §2.
Het bedrag van de eindejaarspremie wordt vanaf het jaar 2010 vastgesteld op 170 x maal het werkelijk betaald uurloon van de maand december van het betrokken kalenderjaar, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden arbeidsprestatie tijdens het betrokken kalenderjaar.
Dit werkelijk betaald uurloon moet ten minste gelijk zijn aan het conventioneel basisuurloon.
Elke maand in de loop waarvan 14 kalenderdagen arbeidsprestatie wordt geleverd, wordt als een volledige maand beschouwd.
Het totaal bedrag kan met € 1,24 worden verminderd per dag ongerechtvaardigde afwezigheid.
De dagen verlof en de dagen gedeeltelijke werkloosheid worden met dagen arbeidsprestaties gelijkgesteld.
De betaling wordt uiterlijk verricht op de laatste werkdag van de maand december van het betrokken kalenderjaar.
Artikel 4.
De werkgever is deze betaling van de eindejaarspremie verschuldigd aan de werknemers  bedoeld in artikel 1,§2 die aan volgende voorwaarden voldoen:
  1.  op de datum van de betaling, werkelijk tewerkgesteld zijn in de onderneming;
  2.  op het ogenblik van de betaling, minstens zes maanden anciënniteit hebben in de onderneming.
 
Artikel 5.
Hebben eveneens recht op dit voordeel ten laste van de werkgever en binnen de perken vastgesteld in de artikelen 3 en 4, 2):
  1. de betrokken werknemers die tijdens het betrokken kalenderjaar het  stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werknemers hebben bekomen of werden gepensioneerd;
  2. de rechthebbenden van de betrokken werknemers  overleden in het betrokken kalenderjaar;
  3. de betrokken werknemers die werden ontslagen om elke andere reden dan in deze vermeld in 2) van artikel 6.
  4. de betrokken werknemers waarvan er een einde komt aan de arbeidsovereenkomst door overmacht. Als referteperiode en prorata basis wordt het laatste kalenderjaar genomen waarin er effectieve prestaties zijn geweest.
Artikel 6. 
Hebben geen recht op dit voordeel, de werknemers die:
  1. vrijwillig de onderneming hebben verlaten;
  2. in het betrokken kalenderjaar werden ontslagen zonder opzegging en dit om dringende reden;

  3. ziek zijnde gedurende meer dan zes maanden, de totaliteit hebben genoten van de vergoedingen welke het “Sociaal Fonds voor ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten” voor eenzelfde ziekte heeft voorzien.

     
Artikel 7.
De toekenning van een dertiende maand of eindejaarspremie, voordeliger dan deze vastgesteld door deze collectieve arbeidsovereenkomst blijft behouden, maar kan niet samen met de verschuldigde bedragen in toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden genoten.
HOOFDSTUK IV. Geldigheidsduur
Artikel 8.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2014. Zij is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.
 

 

Collectieve arbeidsovereenkomst houdende de betaling van een eindejaarspremie aan de werklieden en werksters tewerkgesteld in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

 
Artikel 1.
§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek en behoren tot de subsector voor de verhuis-ondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, alsook op hun werklieden.
 
§2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder:
 
“verhuizing”: elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer: privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen, enz. … met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpak, uitpak, monteren, demonteren zonder dat deze opsomming limitatief is;
 
“meubelbewaring”: de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen;
 
“aanverwante activiteiten”: elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn zoals voor het vervoer van meubelen en om de beschadiging tijdens het vervoer te voorkomen van diverse goederen zoals nieuwe meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven, enz.…;
 
“voertuigen speciaal uitgerust voor het vervoer van meubelen”: elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, van een stuwinrichting, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein stuw- en beschermingsmaterieel, zoals dekens, kisten, elk ander soortgelijk materieel, enz. …
 
§3. Onder “werklieden” wordt bedoeld de werklieden en werksters die recht hebben op een P- kaart.
 
HOOFDSTUK II. Juridisch kader
 
Artikel 2.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereen-komst van 19 december 2005, algemeen verbindend verklaard bij KB van 01 april 2006 (BS 23 mei 2006) en wordt gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van voor de jaren 2009-2010.
 
HOOFDSTUK III. Modaliteiten
 
Artikel 3.
De betaling van een eindejaarspremie wordt toegekend aan de werklieden en werksters bedoeld in artikel 1, §3.
 
Het bedrag van de eindejaarspremie wordt vanaf het jaar 2010 vastgesteld op 170 x maal het werkelijk betaald uurloon van de maand december van het betrokken kalenderjaar, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden arbeidsprestatie tijdens het betrokken kalenderjaar.
 
Dit werkelijk betaald uurloon moet ten minste gelijk zijn aan het conventioneel basisuurloon.
 
Elke maand in de loop waarvan 14 kalenderdagen arbeidsprestatie wordt geleverd, wordt als een volledige maand beschouwd.
 
 
Het totaal bedrag kan met € 1,24 worden verminderd per dag ongerechtvaardigde afwezigheid.
 
De dagen verlof, de dagen gedeeltelijke werkloosheid en de dagen afwezigheid wegens een arbeidsongeval worden met dagen arbeidsprestaties gelijkgesteld.
 
 
De betaling wordt uiterlijk verricht op de laatste werkdag van de maand december van het betrokken kalenderjaar.
 
Artikel 4.
De werkgever is deze betaling van de eindejaarspremie verschuldigd aan de werklieden en werksters bedoeld in artikel 1,§3 die aan volgende voorwaarden voldoen:
 
1)  op de datum van de betaling, werkelijk tewerkgesteld zijn in de onderneming;
2)  op het ogenblik van de betaling, minstens zes maanden anciënniteit hebben in de onderneming.
 
Artikel 5.
Hebben eveneens recht op dit voordeel ten laste van de werkgever en binnen de perken vastgesteld in de artikelen 3 en 4, 2):
 
1)  de werklieden en werksters die tijdens het betrokken kalenderjaar het brugpensioen hebben bekomen of werden gepensioneerd;
2)  de rechthebbenden van de werklieden en werksters overleden in het betrokken kalenderjaar;
3)  de werklieden en werksters die werden ontslagen om elke andere reden dan in deze vermeld in 2) van artikel 6.
 
Artikel 6. 
Hebben geen recht op dit voordeel, de werklieden en werksters:
 
1)  die vrijwillig de onderneming hebben verlaten;
2)  die in het betrokken kalenderjaar werden ontslagen zonder opzegging en dit om dringende reden;
3)  die, ziek zijnde gedurende meer dan zes maanden, de totaliteit hebben genoten van de vergoedingen welke het “Sociaal Fonds voor ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten” voor eenzelfde ziekte heeft voorzien.
 
Artikel 7.
De toekenning van een dertiende maand of eindejaarspremie, voordeliger dan deze vastgesteld door deze collectieve arbeidsovereenkomst blijft behouden, maar kan niet samen met de verschuldigde bedragen in toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden genoten.
 
HOOFDSTUK IV. Geldigheidsduur
 
Artikel 8.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2010. Zij is gesloten voor onbepaalde duur.
 
Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.
 

 


 

PRIVACYVERKLARING Sociaal Fonds Verhuizingen, klik hier

Nieuwe CAO's 2017-2018 : Tijdskrediet en landingsbanen // Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

De ARAB-vergoeding werd volgens de inhoud van het protocolakkoord op 01.09.2012 opgetrokken tot € 1,12 voor elk uur van de diensttijd.

Minimum uurlonen van toepassing vanaf 01/12/2017(38u/week), zie rubriek "Arbeidsvoorwaarden".

Vanaf 01/12/2017 worden de bedragen van de verblijfs- en verwijderingsvergoeding op 1 december geïndexeerd :

Verblijfsvergoeding:
Overnachting en ontbijt: € 16,5088
Middagmaal: € 13,2275
Avondmaal: € 11,5154

Vanaf 1 december 2017 bedraagt de verwijderingsvergoeding € 3,1897 en de flexibiliteitspremie € 3,19.





Mail ons