21/10/2018 4:04:30            

 
  

Flexibiliteit

Deze CAO werd opgeheven en vervangen door de CAO  betreffende de invoering van nieuwe regelingen inzake organisatie van de arbeidstijd  van 13-06-2005 (zie CAO Nieuw Arbeidstijdstelsel).

Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november 2003

Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de invoering van nieuwe arbeidsstelsels in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

Artikel 1.

§1.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en behoren tot de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten alsook op hun werklieden. 

§2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder:

  • “verhuizing”: elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer: privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen, enz. … met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpak, uitpak, monteren, demonteren zonder dat deze opsomming limitatief is;
  • “meubelbewaring”: de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen;
  • “aanverwante activiteiten”: elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn zoals voor het vervoer van meubelen en om de beschadiging tijdens het vervoer te voorkomen van diverse goederen zoals nieuwe meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven, enz.….;
  • “voertuigen speciaal uitgerust voor het vervoer van meubelen”: elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, van een stuwinrichting, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein stuw- en beschermingsmaterieel, zoals dekens, kisten, elk ander soortgelijk materieel, enz. …

§3.

Onder “werklieden” wordt bedoeld de werklieden en werksters.

HOOFDSTUK II. Juridisch kader en motivering

Artikel 2.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van het protocol akkoord van 2003-2004.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel aan de onder artikel 1 bedoelde werkgevers de mogelijkheid te bieden nieuwe arbeidstijdstelsels in te voeren in het kader van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidstijdstelsels en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad.

De beoogde flexibiliteit moet de in artikel 1 bedoelde ondernemingen toelaten hun werkzaamheden te optimaliseren en beter te beantwoorden aan de behoeften van de markt. Met de aansluitende bedoeling de tewerkstelling op peil te houden, zal de tewerkstelling in de sector jaarlijks door het Sociaal Fonds Verhuizingen worden geëvalueerd volgens een procedure die zal worden vastgelegd door de Beheerraad  van het Sociaal Fonds.

Wat de bepalingen ‘arbeidstijd’, ‘diensttijd’ en de duur ervan betreft, wordt verwezen naar het K.B. van 12 april 1988 betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld bij onder artikel 1 bedoelde werkgevers, evenals naar de CAO van 9 december 1988 met betrekking tot de arbeidsduur.

HOOFDSTUK III. Toegelaten afwijkingen aan wettelijke en conventionele bepalingen

Artikel 3.

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedraagt 38 uren, zoals voorzien in de normale uurregeling van het bedrijf, die opgenomen is in het arbeidsreglement.

Artikel 4.

In de onderneming kunnen nieuwe arbeidstijdstelsels ingevoerd worden die gelijktijdig kunnen voorzien in:

  • a) een dagelijkse arbeidstijd van maximum 10 uren;
  • b) een wekelijkse arbeidstijd van maximum 50 uren;
  • c) een dagelijkse diensttijd van maximum 14 uren per dag;
  • d) een wekelijkse diensttijd van maximum 65 uren per week;
  • e) zondagarbeid, zonder de verplichting van de werkgever om toelating van het Paritair Comité te vragen zoals voorzien in artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9/12/1988 betreffende de arbeidsduur in de sector" Verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten", algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 14/8/1989, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 13/9/1989;
  • f) de termijn binnen dewelke de compenserende, onbezoldigde, rusttijd voor zondagarbeid moet toegekend worden. Deze termijn bedraagt maximum 8 weken;
  • g) arbeid op feestdagen, zonder de verplichting van de werkgever om toelating van het Paritair Comité te vragen zoals voorzien in artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9/12/1988 betreffende de arbeidsduur in de sector" Verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten ", algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 14/8/1989, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 13/9/1989.

Artikel 5.

De prestaties op zon- en feestdagen kunnen niet worden opgelegd en gebeuren op basis van vrijwilligheid, behoudens in geval van overmacht of dreigend ongeval.

Artikel 6.

Het gebruik van de flexibele arbeidsregeling kan tot gevolg hebben dat een dag die volgens de normale uurregeling een rustdag is, een werkdag wordt (bij voorbeeld een zaterdag).

HOOFDSTUK IV. Algemene beginselen

Artikel 7.

De referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd moet worden, neemt een aanvang op 1 april en eindigt op 31 maart van het jaar volgend. Bij instap van het nieuwe arbeidstijdstelsel in de loop van de referteperiode, wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd vanaf de aanvang van de nieuwe arbeidsregeling, pro rata tot 31 maart eerstkomend.

Artikel 8.

Ten einde te vermijden dat teveel extra uren in de loop van het jaar ontstaan, mag in de loop van het refertejaar een krediet van 65 extra uren nooit worden overschreden.

Artikel 9.

Het nieuwe arbeidstijdstelsel stelt de werkgever niet vrij de Europese Verordening 3820/85 met betrekking tot de rij- en rusttijden voor chauffeurs na te leven.

HOOFDSTUK V.  Wijziging van het arbeidsreglement

Artikel 10.

Voor zover de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden nageleefd, dient het nieuwe arbeidstijdstelsel te worden opgenomen als bijlage bij het arbeidsreglement van de onderneming.

Deze opname kan ten vroegste uitwerking hebben vanaf de datum waarop deze gesloten collectieve arbeidsovereenkomst door het Griffie van de Dienst van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen is geregistreerd.
 
Artikel 11. 

De wijziging van het arbeidsreglement ingevolge de invoering van het nieuwe arbeidstijdstelsel  wordt ter kennis van werklieden en werksters gebracht in overeenstemming met de wettelijk voorgeschreven procedure, zoals voorzien in art. 15 van de Wet van 8/4/65 tot instelling van de arbeidsreglementen.

HOOFDSTUK VI. In het kader van het nieuw arbeidstijdstelsel tewerkgestelde werklieden

Artikel 12.

De in het kader van het nieuw arbeidstijdstelsel tewerkgestelde werklieden moeten voltijds tewerkgesteld zijn.
 
Artikel. 13.

De werkgever moet aan de in het kader van het nieuw arbeidstijdstelsel tewerkgestelde werklieden afleveren:

  • a) de verhuizerskaart voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 1978, algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 19 juli 1978 (Belgisch Staatsblad van 14 september 1978);
  • b) het prestatieblad voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1988 betreffende de arbeidsduur in de sector “verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten”, bekrachtigd bij Koninklijk Besluit van 14 augustus 1989 (Belgisch Staatsblad van 13 september 1989);
  • c) de loonfiche voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1988 betreffende de arbeidsduur in de sector “verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten”, bekrachtigd bij Koninklijk Besluit van 14 augustus 1989 (Belgisch Staatsblad van 13 september 1989) De tachograafgegevens gelden eveneens als registratiebasis.

HOOFDSTUK VII. Termijn van voorafgaande mededeling

Artikel 14.

Indien de werkgever het nieuw arbeidstijdstelsel volgens art. 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wil toepassen, zal hij de betrokken werklieden minstens 24 uren op voorhand op de hoogte brengen van het toepasselijk uurrooster, met vermelding van de aanvangsdatum, aanvangsuur en de vermoedelijke duur van de opdracht. Wijzigingen mogen worden meegedeeld tot 12 uren voor de toepassing.

Artikel 15.

De werkgever moet deze kennisgeving bewaren gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar gedurende hetwelk dit uurrooster werd toegepast.

HOOFDSTUK VIII. Minimale arbeidsvoorwaarden

Artikel 16.

§ 1.

Tijdens de door de collectieve arbeidsovereenkomst houdende invoering van een nieuw arbeidstijdstelsel vastgelegde referteperiode, werkt de werkman maximum 1976 arbeidsuren, d.w.z. 38 uren x 52 weken = 1976 arbeidsuren.

§ 2.

Indien de werkman onder arbeidsovereenkomst van bepaalde duur is tewerkgesteld, wordt de maximale duur van zijn arbeidsprestaties bepaald door  het aantal weken dat door de overeenkomst is gedekt te vermenigvuldigen met 38.

§ 3.

Betreffende het jaar waarin het nieuw arbeidstijdstelsel wordt ingevoerd, wordt het maximum aantal arbeidsuren dat de werkman mag presteren vastgesteld door het aantal overblijvende weken van de referteperiode (= tot 31/3) te vermenigvuldigen met 38 uren.

§ 4.

Voor de toepassing van deze bepaling, bevat de jaarlijkse arbeidsduur niet enkel de effectief gepresteerde arbeidsuren, maar ook de rustdagen bepaald bij de wet van 4/1/1974 betreffende de feestdagen, de door of krachtens een CAO vastgelegde rustdagen, de periodes van schorsing van uitvoering van de arbeidsovereenkomst bepaald in de wet van 3/7/1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de bijkomende inhaalrustdagen toegekend in plaats van de uitbetaling van een overloontoeslag, zoals bepaald in art. 29 § 4 van de Arbeidswet van 16/3/1971.

§ 5.

Het nieuwe arbeidstijdstelsel moet minstens een prestatie van 4 uren per begonnen werkdag voorzien.

§ 6.

De niet-gepresteerde uren waarvoor wel het loon werd uitbetaald in het kader van de wettelijk gegarandeerde arbeidsduur van 38 u/week , worden in mindering gebracht van de diensttijd boven de 38u/week, maar met behoud van de regeling ter zake (aanwezigheidspremie, flexibiliteitspremie, overloon). 

Artikel 17.

Bij ontstentenis van de kennisgeving vermeld in artikel 11 en medegedeeld overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk VII van deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijft het uurrooster vermeld in het arbeidsreglement van toepassing.

Artikel 18.

Tijdens de door de collectieve arbeidsovereenkomst houdende invoering van een nieuw arbeidstijdstelsel vastgelegde referteperiode wordt de maximale diensttijd van de werkman bepaald op 2964 uren, d.w.z. 57 uren x 52 weken = 2964 uren, inclusief de gelijkgestelde dagen (o.a. ziekte, tijdelijke werkloosheid economische oorzaak, jaarlijkse vakantie, verlof om dwingende redenen,...) volgens art. 16 § 4.

Betreffende het jaar gedurende hetwelk het nieuw arbeidstijdstelsel wordt ingevoerd, wordt het maximum aantal diensturen van de werkman vastgesteld het aantal overblijvende weken tot het einde van de referteperiode (= tot 31/3) te vermenigvuldigen met  57 uren.
 
Artikel 19.

Worden als overuren beschouwd die aanleiding geven tot de betaling van het overloon bepaald bij artikel 29, § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971, de uren boven de grenzen zoals bepaald in art. 4 a), b), c) en d).

Artikel 20.

De aanvullende vergoeding gelijk aan de vergoeding voor het avondmaal wordt toegekend indien de diensttijd van de dag 12 uren overschrijdt. Deze vergoeding is niet cumuleerbaar met het voordeel voorzien in de CAO van 26-11-2002 betreffende de verwijderings- en verblijfsvergoeding.

Artikel 21.

§ 1.

De in het kader van het nieuw arbeidstijdstelsel tewerkgestelde werklieden genieten van een flexibiliteitspremie onder de voorwaarden vastgesteld door deze bepaling.

§ 2.

De flexibiliteitspremie is verschuldigd voor alle diensturen boven de 38 uur/week die geen aanleiding geven tot uitbetaling van een overloon en die geen aanwezigheidstijd zijn.

§ 3.

De flexibiliteitspremie bedraagt € 2,44 (waarde 1-11-2002) per uur. De flexibiliteitspremie evolueert op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als de verwijderingsvergoeding voorzien in artikel 14 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998 betreffende de arbeidsduur in de sector van de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 14 augustus 1989 (Belgisch Staatsblad van 13 september 1989).

HOOFDSTUK IX. Uitbetaling van het loon

Artikel 22.

Alle gepresteerde uren (arbeidstijd, aanwezigheidstijd, diensttijd) worden getotaliseerd op maandbasis. Op het einde van iedere loonperiode, betaalt de werkgever aan de werkman:

  • a) het loon berekend op basis van de normale wekelijkse arbeidsduur of volgens de voorziene arbeidstijd per werkdag;
  • b) het overloon met betrekking op de overuren zoals bepaald in artikel 19 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
  • c) de flexibilitieitspremie verschuldigd krachtens artikel 21 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
  • d) het loon met betrekking tot de uren van effectieve diensttijd, de zgn. aanwezigheidsuren die geen arbeidstijd zijn en die geen aanleiding geven tot overloon bij toepassing van artikel 19 van deze arbeidsovereenkomst;

Artikel 23.

Tijdens de periode dat een alternatieve uurregeling wordt toegepast, blijft de werknemer betaald op basis van de gewone uurregeling. Alle uitbetaalde, maar niet gepresteerde uren, worden in mindering gebracht van het totaal aantal uren van de volgende maand die boven de gemiddelde maandbasis van 38 u/week  werden gepresteerd, onafgezien de bepalingen van art. 19 en art. 21 onder Hoofdstuk VIII.
 
HOOFDSTUK X. Geldigheidsduur

Artikel 24.

Deze arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd.  Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bijeen ter post aangetekende brief gericht aan de Voorzitter van het Paritair Comité van het Vervoer, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen.  De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.


 

PRIVACYVERKLARING Sociaal Fonds Verhuizingen, klik hier

Nieuwe CAO's 2017-2018 : Tijdskrediet en landingsbanen // Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

De ARAB-vergoeding werd volgens de inhoud van het protocolakkoord op 01.09.2012 opgetrokken tot € 1,12 voor elk uur van de diensttijd.

Minimum uurlonen van toepassing vanaf 01/12/2017(38u/week), zie rubriek "Arbeidsvoorwaarden".

Vanaf 01/12/2017 worden de bedragen van de verblijfs- en verwijderingsvergoeding op 1 december geïndexeerd :

Verblijfsvergoeding:
Overnachting en ontbijt: € 16,5088
Middagmaal: € 13,2275
Avondmaal: € 11,5154

Vanaf 1 december 2017 bedraagt de verwijderingsvergoeding € 3,1897 en de flexibiliteitspremie € 3,19.





Mail ons