21/10/2018 3:22:14            

 
  

Risicogroepen

Paritair comité voor het vervoer en de Logistiek

Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2016

Collectieve arbeidsovereenkomst houdende de maatregelen t.a.v. de risicogroepen in de sub sector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

 

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

Artikel 1.

§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek en die behoren tot het Paritair Sub comité voor de verhuizing.

§2. Het Paritair sub comité voor de verhuizing is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten voor ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen.

Onder voor rekening van derden wordt verstaan: het uitvoeren van verhuisactiviteiten voor andere natuurlijke of rechtspersonen en onder voorwaarde dat de ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen op geen enkel ogenblik eigenaar van de betrokken goederen worden.

Onder verhuisactiviteiten wordt verstaan: elke verplaatsing van goederen andere dan handelsgoederen die bestemd zijn of gebruikt worden voor meubilering, inrichting of uitrusting van private of professionele ruimten met daar onder andere inbegrepen: specifieke handelingen zoals beschermen, inpakken, uitpakken, demonteren, laden, lossen, monteren, bewaren, installeren of opstellen, indien nodig met behulp van hef- of hijsmiddelen van allerlei aard.

Het Paritair Sub comité voor de verhuizing is niet bevoegd voor ondernemingen die verhuisactiviteiten uitoefenen die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, het Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezicht diensten.

 

HOOFDSTUK II. Juridisch kader.

Artikel 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in toepassing van Titel XII, Hoofdstuk VII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S. van 28 december 2006) en het Koninklijk Besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S. van 8 april 2013) zoals gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 19 april 2014 (B.S. 6 mei 2014).

 

HOOFDSTUK III. Risicogroepen

Artikel 3. Onder risicogroepen wordt verstaan: de personen behorend tot één van de volgende categorieën:

1.   de laag geschoolde of onvoldoend geschoolde werklozen;

2.   de werkzoekenden;

3.   de laag geschoolde of onvoldoend geschoolde jongeren;

4.   de werknemers van de sector die minstens 50 jaar oud zijn;

5.   de arbeiders van de sector wiens beroepskwalificatie aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast is of die het risico lopen aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast te zijn;

6.   de allochtonen.

Artikel 4. §1. De in artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgevers zijn voor de jaren 2016-2018 een bijzondere bijdrage verschuldigd van 0,15 % van de loonmassa, berekend op grond van het volledige loon van de door hen tewerkgestelde werklieden.

Van de bijdrage voorzien in de voorgaande alinea zal 0,05% (1/3) worden voorbehouden voor de niet-werkende -26 jarige jongeren, die opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, zoals bedoeld in het K.B. van 19 februari 2013

§2. De in artikel 4 §1 van deze overeenkomst bedoelde bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ten bate van het Sociaal Fonds van de sector.

De middelen die aldus ter beschikking worden gesteld, zullen aangewend worden voor de opleiding en de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen.

§3. De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds van de sector zal nadere regelen bepalen ter uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

 

HOOFDSTUK IV. Geldigheidsduur

Artikel 5.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018 .

 

 

Deze cao risicogroepen 2015-2016 werd op  17/9/2015, afgesloten in het PC 140.00, ten behoeve van deelsector verhuisondernemingen (140.05)

 

Paritair comité voor het vervoer en de Logistiek

Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2015

Collectieve arbeidsovereenkomst houdende de maatregelen t.a.v. de risicogroepen in de sub sector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

 

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

Artikel 1.

§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek en die behoren tot het Paritair Sub comité voor de verhuizing.

§2. Het Paritair sub comité voor de verhuizing is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten voor ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen.

Onder voor rekening van derden wordt verstaan: het uitvoeren van verhuisactiviteiten voor andere natuurlijke of rechtspersonen en onder voorwaarde dat de ondernemingen die voor rekening van derden verhuisactiviteiten uitoefenen op geen enkel ogenblik eigenaar van de betrokken goederen worden.

Onder verhuisactiviteiten wordt verstaan: elke verplaatsing van goederen andere dan handelsgoederen die bestemd zijn of gebruikt worden voor meubilering, inrichting of uitrusting van private of professionele ruimten met daar onder andere inbegrepen: specifieke handelingen zoals beschermen, inpakken, uitpakken, demonteren, laden, lossen, monteren, bewaren, installeren of opstellen, indien nodig met behulp van hef- of hijsmiddelen van allerlei aard.

Het Paritair Sub comité voor de verhuizing is niet bevoegd voor ondernemingen die verhuisactiviteiten uitoefenen die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, het Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezicht diensten.

 

HOOFDSTUK II. Juridisch kader.

Artikel 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in toepassing van Titel XII, Hoofdstuk VII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S. van 28 december 2006) en het Koninklijk Besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (B.S. van 8 april 2013) zoals gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 19 april 2014 (B.S. 6 mei 2014).

 

HOOFDSTUK III. Risicogroepen

Artikel 3. Onder risicogroepen wordt verstaan: de personen behorend tot één van de volgende categorieën:

1.   de laag geschoolde of onvoldoend geschoolde werklozen;

2.   de werkzoekenden;

3.   de laag geschoolde of onvoldoend geschoolde jongeren;

4.   de werknemers van de sector die minstens 50 jaar oud zijn;

5.   de arbeiders van de sector wiens beroepskwalificatie aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast is of die het risico lopen aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast te zijn;

6.   de allochtonen.

Artikel 4. §1. De in artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgevers zijn voor de jaren 2015-2016 een bijzondere bijdrage verschuldigd van 0,15 % van de loonmassa, berekend op grond van het volledige loon van de door hen tewerkgestelde werklieden.

Van de bijdrage voorzien in de voorgaande alinea zal 0,05% (1/3) worden voorbehouden voor de niet-werkende -26 jarige jongeren, die opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, zoals bedoeld in het K.B. van 19 februari 2013. 

§2. De in artikel 4 §1 van deze overeenkomst bedoelde bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ten bate van het Sociaal Fonds van de sector.

De middelen die aldus ter beschikking worden gesteld, zullen aangewend worden voor de opleiding en de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen.

§3. De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds van de sector zal nadere regelen bepalen ter uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

 

HOOFDSTUK IV. Geldigheidsduur

Artikel 5.

§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de Collectieve Arbeidsovereenkomst van 18 december 2014, “houdende de maatregelen t.a.v. de risicogroepen in de sub sector van de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten (n° 125.641).

§2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2016 .


 

PRIVACYVERKLARING Sociaal Fonds Verhuizingen, klik hier

Nieuwe CAO's 2017-2018 : Tijdskrediet en landingsbanen // Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

De ARAB-vergoeding werd volgens de inhoud van het protocolakkoord op 01.09.2012 opgetrokken tot € 1,12 voor elk uur van de diensttijd.

Minimum uurlonen van toepassing vanaf 01/12/2017(38u/week), zie rubriek "Arbeidsvoorwaarden".

Vanaf 01/12/2017 worden de bedragen van de verblijfs- en verwijderingsvergoeding op 1 december geïndexeerd :

Verblijfsvergoeding:
Overnachting en ontbijt: € 16,5088
Middagmaal: € 13,2275
Avondmaal: € 11,5154

Vanaf 1 december 2017 bedraagt de verwijderingsvergoeding € 3,1897 en de flexibiliteitspremie € 3,19.





Mail ons