17/12/2018 19:17:24            

 
  

Sectoraal pensioenplan

Informatie voor de werkgevers over het sectoraal aanvullend pensioen als gevolg van de CAO van 10 november 2010.
 
Deze informatie is opgesteld in de vorm van vraag en antwoord.
 
 
1. Welke werkgevers zijn betrokken?
 
-       voor de pensioentoezegging (pensioenluik):
Alle werkgevers, behorende tot het bovenstaande Paritair Comité die geen vrijstelling gekregen hebben als gevolg van het al hebben van een eigen gelijkwaardig pensioenstelsel daterende van voor 6 mei 2009, zijn verplicht om deel te nemen aan het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.
 
-       voor de solidariteitstoezegging (sociaal luik):
Alle werkgevers, behorende tot het bovenstaande Paritair Comite ,ongeacht of zij een vrijstelling hebben gekregen voor het pensioenluik, zijn verplicht om deel te nemen aan het sectoraal aanvullend sociaal luik (solidariteitstoezegging).
 
 
2. Wanneer vangt dit stelsel aan?
 
Vanaf 1 januari 2011 is dit stelsel verplicht voor elke werkgever behorende tot de Sector Verhuizingen of die toekomst gericht van deze sector deel zal uitmaken.
 
 
3. Hoe verloopt de premie betaling?
 
De verschuldigde premies worden via de RSZ geïnd, samen met de andere sociale bijdragen. Elk kwartaal (of via maandelijkse voorschotten) betaalt de werkgever de verschuldigde bijdrage aan de RSZ die deze door stort aan het Fonds voor verhuizingen.
 
 
4. Hoe verloopt de informatie overdracht?
 
De werkgevers moeten geen afzonderlijke documenten invullen voor dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel. De Kruispuntbank gaat via alle geijkte aangiften, de nodige informatie doorgeven aan het Fonds voor verhuizingen. Deze informatie wordt vervolgens bezorgd aan de sectoruitvoerder, met name Integrale, gemeenschappelijke verzekeringskas.
 
 
 
 
5. Welke bijdrage dient er betaald te worden?
 
Het sectoraal aanvullend pensioenstelsel had moeten starten in 2010 met een bijdrage gelijk aan 0,5% van het aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) aangegeven loon van de werknemer aan 108%.
Daar deze inning retroactief van kracht wordt met ingang van 1/01/2010, zal er in 2011 volgende bijdrage betaald worden:
-       0,94% voor de pensioentoezegging
-       0,041% voor het sociale luik
-       totaal van 0,981% van het RSZ loon aan 108%
Dit totaal dient verhoogd te worden met de toepasselijke sociale bijdragen, zijnde 8,86% op het gedeelte voor de pensioentoezegging en de inningslast die de RSZ aanrekent.
 
Vanaf 2012 worden deze bijdragen:
-       0,5% voor de pensioentoezegging
-       0,022% voor het sociale luik
-       totaal van 0,522% van het RSZ loon aan 108%

Dit totaal dient verhoogd te worden met de toepasselijke sociale bijdragen, zijnde 8,86% op het gedeelte voor de pensioentoezegging en de inningskost die de RSZ aanrekent.

Vanaf 2013 worden deze bijdragen:
-       0,6% voor de pensioentoezegging
-       0,03% voor het sociale luik
-       totaal van 0,63% van het RSZ loon aan 108%

Dit totaal dient verhoogd te worden met de toepasselijke sociale bijdragen, zijnde 8,86% op het gedeelte voor de pensioentoezegging en de inningskost die de RSZ aanrekent.

 
Werkgevers die vrijgesteld zijn voor de pensioentoezegging betalen:
-       voor 2011 0,041% van het RSZ loon aan 108%

-       voor 2012 0,022% van het RSZ loon aan 108%

-    voor 2013 0,03% van het RSZ loon aan 108%

te verhogen met de inningskost die de RSZ aanrekent.
 
 
6. Voor welke werknemers dienen deze bijdragen betaald te worden?
 
Alle arbeiders ongeacht hun leeftijd en ongeacht de aard van hun arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur en bepaalde duur zonder onderscheid), dienen vanaf 1 januari 2011 verplicht aangesloten te worden en dit vanaf de eerste dag in dienst.
 
Worden evenwel uitgesloten:
-       studenten-arbeiders (die conform het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders niet onderworpen zijn aan de gewone sociale bijdragen maar alleen aan de solidariteitsbijdrage);
-       arbeiders tewerkgesteld met IBO contracten, leerlingen en leercontracten;
-       leerlingen – werknemersgetal “035” en leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar oud worden, aangegeven onder het werknemersgetal “015”;
-       deeltijds leerplichtigen – werknemersgetal “027”.
 
Onder arbeiders wordt verstaan arbeiders en arbeidsters.
 
 
7. Wanneer houdt de betaling van deze bijdragen op?
 
De betaling van deze bijdragen houdt op als de betrokken werknemer:
-       niet meer in dienst is;
-       met wettelijk pensioen of vervroegd pensioen gaat;
-       met brugpensioen gaat;
-       komt te overlijden.
 
8. Zijn er nog andere plichten van de werkgever?
 

Jaarlijks heeft elke aangesloten werknemer recht op een pensioenfiche. Deze wordt bedeeld via de werkgevers en voor de eerste keer in oktober 2012.

Verhuissector doet een beroep op Integrale voor sectorplan

Interview met Diane De Winter, directieattaché van de Belgische Kamer der Verhuizers en coördinatieverantwoordelijke voor het sectoraal pensioenplan bij het Sociaal Fonds Verhuizingen

Op 1 januari 2011 is het sectoraal pensioenplan voor de verhuissector (paritair comité 140.05) in voege getreden. Het sectorplan is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 januari 2010 en omvat ongeveer 2.000 arbeiders. Bedienden in de sector ressorteren onder een ander PC (nl. 226).
 
Specificaties van het sectorplan
Het aanvullend pensioenplan omvat een pensioenbelofte ter waarde van 0,5 % van het RSZ-loon, vanaf 2011 komen kosten hier bovenop. Om het jaar 2010 in te halen wordt gestart met een verhoogde premie van bijna 1 %, omdat voor het jaar 2010 geen RSZ-inningen meer konden gebeuren. Daarnaast heeft de sector een sociaal plan waarbij de premie doorloopt op de dagen technische werkloosheid en ziekte. Verder is een aanvullende uitkering in geval van overlijden voorzien.
 
Opting-out
Een handvol bedrijven vallen buiten het toepassingsgebied, aangezien ze al een pensioenplan hadden ingesteld dat minstens evenwaardig was. Opting-out is evenwel niet toegestaan in dit sectorplan. De inrichter van het plan, het Sociaal Fonds voor de verhuisondernemingen, opteerde voor een uniform plan zonder bijkomende lasten en zorgen.
 
Scherpe kostenstructuur, hoog nettorendement en paritair beheer
Het Fonds voor Bestaanszekerheid vaardigde een openbare aanbesteding uit. Na tussenkomst van een consultant bleef een shortlist over van vijf privéverzekeraars. Uiteindelijk werd Integrale weerhouden als verzekeraar op basis van een scherpe kostenstructuur, een hoog nettorendement en een transparant en paritair beheer.
 
“In eerste instantie onderzochten we de verschillende mogelijkheden op de markt om een sectorpensioenplan te organiseren, verduidelijkt Diane De Winter van de Belgische Kamer der Verhuizers. Voor het opstarten van een eigen pensioenfonds zijn we als sector te klein, dus opteerden we voor de verzekeringsoplossing.
 
Overtuigend totaalaanbod
De technisch materie van het aanvullend pensioen is nieuw voor ons, daarom hechten we veel belang aan duidelijke informatie. Integrale vervult ruimschoots onze verwachtingen op dit gebied. Binnenkort zal de gemeenschappelijke kas een aantal presentaties verzorgen op onze gewestvergaderingen. Zo krijgen onze leden concrete informatie over de inhoud van het sectorplan. Dankzij deze interactie zullen we een duidelijk beeld krijgen van wat er leeft bij onze leden en welke verdere informatie zij van ons wensen.
 
Accurate bijstand en gunstige uittredingsmodaliteiten
De ondersteuning en voorbereiding van de gemeenschappelijke kas tijdens de opstartfase heeft ons overtuigd. De bijstand van Integrale bij de communicatie met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid betekende voor ons een meerwaarde. De opstart van het pensioenplan is en blijft een complexe materie, maar verliep vlot in constructief overleg met de vertegenwoordigers van zowel de werkgevers- als de werknemersorganisaties. Bovendien stelde Integrale ons gunstige uittredingsmodaliteiten voor.
 
Stipte opvolging en een vlot contact
Afspraken worden stipt opgevolgd en informatie wordt op een accurate manier meegedeeld. Dit is voor ons erg belangrijk. Momenteel zitten we in de uitwerkingsfase. In deze fase zijn ook andere medewerkers van Integrale betrokken buiten onze aanvankelijke contactpersonen. De onderlinge contacten verlopen vlot. We zijn erg tevreden over de gang van zaken.”
 
Voor meer informatie kan u terecht op het e-mailadres : newsletter@integrale.be.
 
 

 

Permanente beroepsopleiding in het kader van de wet wendbaar en werkbaar werk     KLIK HIER

PRIVACYVERKLARING Sociaal Fonds Verhuizingen, klik hier

Nieuwe CAO's 2017-2018 : Tijdskrediet en landingsbanen // Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

De ARAB-vergoeding werd volgens de inhoud van het protocolakkoord op 01.09.2012 opgetrokken tot € 1,12 voor elk uur van de diensttijd.

Minimum uurlonen van toepassing vanaf 01/12/2018(38u/week), zie rubriek "Arbeidsvoorwaarden".

Vanaf 01/12/2018 worden de bedragen van de verblijfs- en verwijderingsvergoeding op 1 december geïndexeerd :

Verblijfsvergoeding:
Overnachting en ontbijt: € 16,8561
Middagmaal: € 13,5058
Avondmaal: € 11,7577

Vanaf 1 december 2018 bedraagt de verwijderingsvergoeding € 3,2568 en de flexibiliteitspremie € 3,2568.

Mail ons