040103 Loonvoorwaarden in relatie tot de diensttijd

Paritair (sub-)Comité nr.:
140.05.00-00.00

Bijwerking: 10/12/2001
Geldig vanaf: 01/12/1998

In het Paritair Comité voor het vervoer werd op 9 december 1988 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de arbeidsduur in de sector “Verhuisondernemingen, meubelbewaring en de aanverwante activiteiten”. Deze collectieve arbeidsovereenkomst werd algemeen verbindend verklaard door een koninklijk besluit van 14 augustus 1989 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 13 september 1989.

Zij werd herhaaldelijk gewijzigd en laatst door een collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998 (koninklijk besluit van 19 januari 2000; Belgisch Staatsblad van 6 april 2000). De nieuwe bepalingen treden in werking op 1 december 1998.

Wij geven U hierna de bepalingen uit deze CAO welke betrekking hebben op de lonen.

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing:

Onverminderd de internationale akkoorden mag van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst niet worden afgeweken door de werkgevers, de werklieden en de werksters van vreemde nationaliteit die zelfs tijdelijk hun activiteit in België uitoefenen.

(…).

Artikel 9

Het Paritair Comité voor het vervoer stelt de minimumuurlonen vast. Deze lonen moeten in aanmerking worden genomen voor de berekening van het eventueel vast te stellen weekloon. Dit weekloon mag niet worden berekend over een periode welke 38 werkuren overschrijdt.

Artikel 10

Ongeacht de duur van de dagelijkse diensttijd, hebben de werklieden en werksters recht op een minimum dagelijkse bezoldiging gesteund op de minimumdiensttijd vastgesteld in de artikelen 12 en 13 van dit hoofdstuk. Overeenkomstig artikel 27 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, is elke begonnen dag geheel verschuldigd. Evenwel, indien de arbeider of de arbeidster vrijwillig te laat komt en/of vertrekt vóór het einde van de dag of vóór het einde van het werk waarmede zij zijn gelast, zullen enkel de diensturen worden betaald.

Artikel 11

In geval van vast verblijf of reis in het buitenland, worden de werklieden en werksters geacht forfaitair de minimum dagelijkse diensttijd vastgesteld in het arbeidsreglement te hebben gepresteerd, behoudens wanneer zij tot langer durende werkzaamheden worden verplicht.

Wat de zondagen en wettelijke feestdagen betreft:

Artikel 12 – Vijfdaagse werkweek

De eerste acht uren van de dagelijkse werktijd op maandag, dinsdag, woensdag en de eerste zeven uren op donderdag en vrijdag worden betaald tegen het basisloon. De bijkomende werk- en aanwezigheidstijden worden betaald tegen de voorwaarden vastgesteld bij het artikel 14, 2°.

Artikel 13 – Zesdaagse werkweek

De eerste zeven uren van de dagelijkse werktijd op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag en de eerste drie uren op zaterdag worden betaald tegen het basisloon. De bijkomende werk- en aanwezigheidstijden worden betaald tegen de voorwaarden vastgesteld bij het artikel 14, 2°.

Artikel 14

De verhoging van het gewoon loon bedraagt bovendien, wanneer de diensttijd zich voordoet op een zondag of gedurende de rustdagen toegestaan volgens de wetgeving op de betaalde feestdagen : 100 %.

Betaling van de diensttijd in overuren:

(…)

Artikel 19

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 1995.