Paritair (sub-)Comité nr.:
226.00.00-00.00

Bijwerking: 11/08/2010
Geldig vanaf: 07/09/2009

In het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken werd op 30 juni 1998 een collectieve arbeidsovereenkomst (nr. 48972/CO/226) gesloten, betreffende de arbeidsduur. Deze werd herhaaldelijk gewijzigd.

Deze CAO werd vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 september 2009, betreffende de arbeidsduur. Zij werd neergelegd op de Griffie van de Dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen op 25  september 2009 en geregistreerd op 07 juni 2001 onder het nr. 98613/CO/226. Het bericht van neerlegging verscheen in het Belgisch Staatsblad van 16 april 2010.

Wij geven u hierna de bepalingen van die CAO’s, gevolgd door enkele commentaren.

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de mannelijke en vrouwelijke bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.

Artikel 2

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering v an de arbeidswet van 16 maart 1971, van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 2 juni 1987.

Artikel 3

De conventionele arbeidstijd is vastgesteld op 38 uren per week.

Met ingang van 1 januari 2000 wordt de conventionele arbeidstijd gebracht op 37 uren per week; in ondernemingen waar de toepasselijke arbeidstijd op 31 december 1999 reeds minder bedraagt dan 38 uren per week, wordt die arbeidstijd verminderd met 1 uur.

Artikel 4

De arbeidstijd wordt in beginsel gespreid over de eerste vijf dagen van de week.

Artikel 5

§1 Afwijkingen van de algemene beginselen vervat in de artikelen 3 en 4 kunnen enkel ingevoerd worden door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten op ondernemingsvlak.

§2 In afwijking van de bepalingen van §1 gelden voor de arbeidstijdvermindering per 1 januari 2000 de hierna volgende regels:

Bij ontstentenis van overeenkomst op ondernemingsvlak zullen de modaliteiten van de arbeidstijdvermindering worden vastgesteld in het arbeidsreglement, overeenkomstig de ter zake voorziene wettelijke procedures. In dit geval kan enkel geopteerd worden voor één van volgende toepassingen:

a) 1 uur arbeidstijdvermindering op weekbasis, bij het begin of op het einde van de dag, of

b) toekenning van een halve dag compensatieverlof per maand.

Artikel 6

§1 In ondernemingen zonder tijdsregistratie wordt de arbeid verricht op vraag van de werkgever boven de grenzen van de arbeidstijd bepaald door de arbeidswet van 16 maart 1971 en bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, voor de betaling,
afgerond naar het eerstvolgende hogere half uur of vol uur, naargelang het geval.

§2 In ondernemingen die een systeem van tijdsregistratie toepassen is de afronding waarvan sprake in  §1 niet van toepassing.

Artikel 7

De overurentoeslag is verschuldigd vanaf het 39ste prestatie-uur op weekbasis.

Artikel 8

De bedienden die gunstiger voorwaarden hebben verworven dan deze vermeld in de artikelen 5, 6 en 7 blijven deze behouden.

Artikel 9

In afwijking van hoofdstuk II van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de bijzondere arbeidsregeling vervat in artikel 10 toegestaan in de ondernemingen, wat betreft de bedienden die op bestendige wijze één of meer functies uitoefenen in de hiernavermelde diensten:

a) bevrachtingen;
b) verzendingen;
c) manifest;
d) laad en losactiviteiten;
e) systeembediening der informatica en telecommunicatie, noodzakelijk voor de werking van voormelde operationele diensten.

Artikel 10

§1 De normale arbeidstijd voor de diensten vermeld in artikel 9 kan vastgesteld worden op 1.976 uren per kalenderjaar (52 weken x 38 uren).

Vanaf 1 januari 2000 wordt het grensbedrag vermeld in het eerste lid teruggebracht tot 1924 uren per kalenderjaar (52 weken x 37 uren).

§2 Bij de berekening van het aantal uren vermeld in §1 wordt rekening gehouden met:

§3 In afwijking van de bepalingen in §1 wordt het aantal uren per kalenderjaar proportioneel herleid in volgende gevallen:

§4 De normale arbeidstijd mag niet meer bedragen dan 10 uren per dag (bij continuarbeid 12 uren per dag) en 46 uren per week.

Bij overschrijding van die grenzen of van de jaargrens vermeld in §1 is overloon verschuldigd. Het aantal overuren mag nooit meer bedragen dan 65 uren per kalenderkwartaal.

§5 De maandelijkse loonafrekening die aan de bediende overhandigd wordt, zal expliciet volgende gegevens vermelden:

De invoering van de bijzondere arbeidsregeling evenals de concrete omkaderingsmaatregelen zullen, voorafgaandelijk aan de invoering ervan in de onderneming, worden uitgewerkt in overleg met de ondernemingsraad, en/of met de syndicale delegatie of bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op ondernemingsvlak, en gevoegd worden bij het arbeidsreglement.

Deze omkaderingsmaatregelen betreffen o.a. de concrete uurroosters, de referteperiode van de gemiddelde arbeidstijd, de verwittigingstijd, eventuele toeslagen.

Bij ontstentenis van vernoemde overlegorganen, of een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak, en zonder afbreuk te doen aan de reglementaire
bepalingen, dient de onderneming de omkaderingsmaatregelen ter kennis te brengen, bij aangetekend schrijven, aan de Voorzitter van het Paritair Comité.

De voorstellen van de onderneming kunnen worden ingevoerd na eenparige beslissing van de werkgroep Algemene Zaken van het Paritair Comité.

De werkgroep Algemene Zaken van het Paritair Comité neemt kennis van de voorstellen van de onderneming, en deelt binnen de zestig dagen na ontvangst van het schrijven van de onderneming, zijn beslissing mede aan de onderneming.

Artikel 11

Arbeidsregelingen afwijkend van de algemene beginselen vervat in hoofdstuk II en van de bijzondere regeling vervat in hoofdstuk III, kunnen slechts ingevoerd worden door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten op het vlak van de onderneming, ook als het afwijkingen betreft welke voorzien zijn in de wet van 17 maart 1987.

Artikel 12

Nieuwe arbeidsregelingen zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 17 maart 1987, kunnen slechts worden ingevoerd indien er een positieve weerslag is op de werkgelegenheid. Deze positieve weerslag wordt als verwezenlijkt beschouwd indien de onderneming het economisch voordeel van de maatregel aantoont en deze niet te baat neemt om over te gaan tot personeelsvermindering.

Artikel 13

De werkgever die voornemens is nieuwe arbeidsregelingen in te voeren, bedoeld in dit hoofdstuk, moet voorafgaandelijk aan de werknemers schriftelijke informatie verstrekken omtrent het arbeidssysteem en omtrent de factoren die de invoering ervan rechtvaardigen.

Wanneer er een ondernemingsraad bestaat, ontvangt deze die informatie. Bij ontstentenis van ondernemingsraad wordt de informatie aan de vakbondsafvaardiging
gegeven. Bij ontstentenis van vakbondsafvaardiging wordt de informatie aan elke werknemer individueel verstrekt.

Bovendien wordt deze informatie eveneens voorafgaandelijk verstrekt aan de representatieve werknemersorganisaties van de sector.

Artikel 14

De bepalingen vervat in de ondernemingscao bedoeld in artikel 11 wijzigen automatisch het arbeidsreglement van de onderneming.

Artikel 15

De collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1998 betreffende de arbeidsduur gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomsten van 21 mei 1999, 7 mei 2001 en 14 mei 2003 respectievelijk algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 2 juli 2003 (BS
10 december 2003) , 24 oktober 2001 (BS 6 maart 2002) , 23 januari 2002 (BS 25 juni 2002) en 5 mei 2004 (BS 23 juni 2004)

Artikel 16

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 7 september 2009. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde tijd. Zij kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk worden opgezegd mits een opzegging v an zes maand, betekend per aangetekend schrijven aan de Voorzitter v an het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.

Artikel 2 van de CAO van 14 mei 2003 legt de ondernemingen de verplichting op intern een bedrijfscollectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten waarin een loonsupplement wordt toegekend voor sommige prestaties, met name:

De werkgevers dienen dus de reeds gesloten collectieve arbeidsovereenkomst in toepassing van dit artikel 2 aan te passen met de toevoeging van de bepaling van een loonsupplement voor prestaties op feestdagen of op hun vervangingsdag.

De toekenning van loonsupplementen moet gebeuren indien de in dit artikel 2 bedoelde prestaties geen overuren meebrachten.

Ingeval van overuren worden die prestaties dubbel betaald: met het loonsupplement toegekend door de ondernemings-CAO EN met het wettelijk overloon verschuldigd voor overuren.

Verder dienen er uiterlijk tegen 31 december 2005  schriftelijke afspraken te worden gemaakt over een stand-by regeling.

Bestaande stand-by regelingen blijven van toepassing. Voor de invoering van stand-by regelingen dienen schriftelijke afspraken te worden gemaakt op ondernemingsvlak uiterlijk binnen de zes maanden na de invoering ervan.

Artikel 6 bis van de CAO van 30/06/1998, ingevoerd door de CAO van 21/05/1999, bepaalt dat de weekgrens voor de loontoeslag in geval van overuren 39 uren per week is.

Deze bepaling zou tot gevolg hebben dat, ondanks de arbeidsduurvermindering tot 37 uur (of lager voor ondernemingen die al minder dan 38 uur/week werkten op 31/12/1999), er pas een loontoeslag  betaald zou worden vanaf het 39ste uur.

Wij vestigen de aandacht van onze leden op de nietigheid van dergelijke bepaling ingeval de werkgever gekozen heeft voor een effectieve arbeidsduurvermindering (ttz. 37 uren per week zonder toekenning van compensatieverlof). Inderdaad, in dit geval is elk uur dat boven de 37 uren gewerkt wordt, in principe een overuur en moet er een loontoeslag betaald worden bij toepassing van de geldende wettelijke bepalingen (artikelen 28, § 4 en 29, § 2 van de arbeidswet van 16 maart 1971). De sociale partners zijn immers niet bevoegd om een andere regel voor de berekening van de loontoeslag vast te leggen.

Artikel 6 bis van de CAO kan echter wel toegepast worden indien de onderneming gekozen heeft voor een arbeidsduurvermindering tot een gemiddelde van 37 uren per week door middel van de toekenning van compensatieverlof: in dit geval is er slechts een loontoeslag verschuldigd voor de uren die boven de werkelijke arbeidsduur gepresteerd worden, namelijk boven 38 uren per week.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
07/09/2009
Registratienr
98613
Geldig van
07/09/2009
Geldig tot
Neerleggingsdatum
25/09/2009
Registratiedatum
02/04/2010
Onderwerp
arbeidsduur
BS Bericht van neerlegging
16/04/2010
Algemeen verbindend verklaring
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
30/07/2010
Gepubliceerd in het B.St. van
09/09/2010
Keywords
ARBEIDSDUUR IN UREN, ARBEIDSDUURVERMINDERING, ARBEIDSDUURFLEXIBILITEIT