Paritair (sub-)Comité nr.:
140.05.00-00.00

Bijwerking: 20/09/2005
Geldig vanaf: 01/10/2005

De toegelaten dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur in de sector “Verhuisondernemingen, meubelbewaring en de aanverwante activiteiten ervan” van het Paritair Comité voor het vervoer wordt gereglementeerd door :

–      de arbeidswet van 16 maart 1971 en haar uitvoeringsbesluiten ;-      de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1987 betreffende de arbeidsduur, algemeen verbindend verklaard door een koninklijk besluit van 23 maart 1988 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april 1988. (Krachtens deze CAO wordt de wekelijkse arbeidsduur verminderd tot 39 uur vanaf 1 december 1987 en tot 38 uur vanaf 1 december 1988. Zie onze omzendbrief Hfdst.7.1) ;-      het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld in de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 5 september 2005 ;-      de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1988 betreffende de arbeidsduur (koninklijk besluit van 14 augustus 1989 ; Belgisch Staatsblad van 13 september 1989) die voor de laatste keer gewijzigd is door een collectieve arbeids-overeenkomst van 21 december 1998 (koninklijk besluit van 19 januari 2000 ; Belgisch Staatsblad van 6 april 2000). Deze wijziging treedt in werking op 1 december 1998;-        de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 betreffende de arbeidsduur die in werking is getreden op 13 juni 2005. Wij geven U hierna de tekst van het koninklijk besluit van 5 augustus 2005 en een overzicht van de CAO van 13 juni 2005 die de CAO van 9 december 1988 vervangt. De tussentitels in het KB werden door ons aangebracht.

A. Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005

1. Toepassingsgebied

Artikel 1

Dit besluit is van toepassing op de mobiele werknemers van de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaringen en hun aanverwante activiteiten welke onder het Paritair Comité voor het vervoer ressorteren.

2. Definities

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1. « verhuizing » : elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpakken, uitpakken, monteren, demonteren, zonder dat deze opsomming limitatief is;

2. « meubelbewaring » : de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen;

3. « aanverwante activiteiten » : elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn, inzonderheid voor het vervoer van meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven;

4. « voertuigen speciaal uitgerust voor de verhuizing van meubelen » : elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein vastzet- en beschermingsmateriaal, zoals dekens, kisten, en soortgelijk materiaal.

3. Bepaling van de arbeidsduur

Artikel 3

Voor de vaststelling van de arbeidsduur worden niet als arbeidstijd beschouwd :1. de beschikbaarheidstijd zoals bepaald in artikel 3, b) van de Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen, dit wil zeggen :a. andere perioden dan pauzes of rusttijden, waarin de chauffeur niet op zijn werkplek hoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren;b. de perioden waarin de werknemer een per veerboot of trein vervoerd voertuig begeleidt;c. de wachttijden aan grenzen of bij het laden en/of lossen waarvan de duur op voorhand bekend is of waarvan de verwachte duur wordt bepaald in een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer;d. de wachttijden ten gevolge van rijverboden;e. de tijd doorgebracht gedurende de rit naast de bestuurder of in een slaapcabine;2. de meertijd die de chauffeur nodig heeft om de afstand af te leggen van en naar de plaats waar het voertuig zich bevindt indien dit niet op de gebruikelijke plaats is gestald;3. de wachttijden die verband houden met de tol-, quarantaine- of medische aangelegenheden;4. de tijd gedurende dewelke de werknemer aan boord of in de nabijheid van het voertuig blijft teneinde de veiligheid van het voertuig en de goederen te verzekeren, maar geen arbeid presteert. De verwachte duur van deze tijd wordt bepaald in een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer;5. de tijd gewijd aan de eetmalen;6. de tijd die overeenstemt met de onderbrekingen van de rijtijd bedoeld in artikel 7 van de EEG-Verordening nr. 3820/85 van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer;7. de tijd gedurende dewelke geen arbeid verricht wordt, maar tijdens dewelke de aanwezigheid aan boord of in de nabijheid van het voertuig vereist is teneinde de verkeersreglementen na te komen of de verkeersveiligheid te verzekeren. De verwachte duur van deze tijd wordt bepaald in een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer.

4. Overschrijding van de grenzen van de arbeidsduur

Artikel 4

De bij artikelen 19 en 20 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 vastgestelde grenzen of een lagere grens vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen worden overschreden, op voorwaarde dat in de loop van één week niet meer dan 50 uur wordt gewerkt en op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur zoals bepaald bij de wet of bij een collectieve arbeidsovereenkomst, gemiddeld over een periode van maximum zes maanden, wordt gerespecteerd.

5. Individueel document

Artikel 5

De tijden bepaald bij artikel 3 dienen te worden genoteerd op een individueel document. De werkgevers hebben de verplichting dit prestatieblad ter beschikking te stellen van de betrokken werknemers. De vorm en de inhoud van dit document worden door het Paritair Comité voor het vervoer goedgekeurd.

6. Slotbepalingen

Artikel 6

Het koninklijk besluit van 12 april 1988 betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld in de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten wordt opgeheven.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

B. Commentaar bij het KB van 10 augustus 2005

1.     Artikel 3 van het bovenstaande KB betreft een toepassing van artikel 19, 3e lid, 1° van de arbeidswet van 16 maart 1971 krachtens welk de Koning, m.b.t. de vervoersondernemingen, op verzoek van het bevoegde paritair comité, de tijd kan bepalen gedurende welke het personeel ter beschikking is van de werkgever.

2.     Krachtens artikel 24, §1, 2° van de arbeidswet kan de Koning voor de werknemers tewerkgesteld aan werken van vervoer, laden en lossen toestaan dat de bij de artikelen 19 en 20 van dezelfde wet bepaalde grenzen overschreden worden. Artikel 4 van het bovenstaande koninklijk besluit betreft een toepassing van voormeld artikel 24, §1, 2°.De overschrijdingen van de grenzen van de arbeidsduur in dit kader geven aanleiding tot betaling van een overloon dat ten minste 50 % hoger is dan het gewone loon.

Dit overloon bedraagt 100 % voor overwerk gepresteerd op zon- en feestdagen.

De overschrijdingen zijn enkel toegelaten op voorwaarde dat gedurende een periode van zes maanden gemiddeld niet langer dan 38 uur per week wordt gewerkt.

Om dit gemiddelde te berekenen zal geen rekening worden gehouden met de overschrijdingen van de bij artikel 19 en 20 van de arbeidswet vastgestelde grenzen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 26, §1, 1° en 2° van de arbeidswet.De rustdagen bepaald bij de Wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen alsmede door of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst en de periode van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bepaald bij de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten gelden als arbeidsduur voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur.In de loop van een periode van zes maanden mag op geen enkel ogenblik de totale duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde duur over zes maanden (nl. 38 uur), vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds in die periode van zes maanden verlopen zijn, overschreden worden met meer dan 65 uren.

C. Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 (vervangt de CAO van 9 december 1988)

HOOFDSTUK 1 – Toepassingsgebied

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing :1°    op de werkgevers die verhuizingen verrichten en op de uitbaters van de meubelbewaringen en hun aan-verwante activiteiten, welke onder het Paritair Comité voor het vervoer ressorteren ;2°    op de mobiele werklieden en werksters, die door de onder 1° bedoelde werkgevers worden tewerkgesteld.Onverminderd de internationale akkoorden mag van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst niet worden afgeweken door de werkgevers, de werklieden en de werksters van vreemde nationaliteit die zelfs tijdelijk hun activiteit in België uitoefenen.

HOOFDSTUK 2 – Bepalingen

Artikel 2

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst :1°    beduidt het woord “week”, de kalenderweek van maandag 0 uur tot zondag 24 uur ;2°    is de arbeidstijd de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de werknemer op het werk is en zijn taken of activiteiten uitoefent;Dit omvat o.a.: de tijd die wordt besteed aan het laden en lossen, het rijden, het schoonmaken en onderhouden van het voertuig, de periodes waar de werknemer niet vrij over zijn tijd kan beschikken, … (voor volledige lijst zie tekst CAO);3°    omvat de beschikbaarheidstijd o.a.: de perioden waarin de werknemer niet op de werkplek behoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren, de wachttijden ten gevolge van rijverboden, … (voor volledige lijst zie tekst CAO);In dit geval wordt, om de gemiddelde arbeidsduur te berekenen, geen rekening gehouden met de beschikbaarheidstijd en de hierna genoemde arbeidstijdonderbreking en rusttijden. 4°    wordt als arbeidstijdonderbreking beschouwd (en dus geen beschikbaarheidstijd noch arbeidstijd): de tijd om te eten, de tijd waar de werknemer vrij kan beschikken, de tijd die de werknemer zichzelf toeeigent, de tijd die overeenstemt met de onderbreking van de rijtijd tot harmonisatie van bepaalde sociale voorschriften voor het vervoer;5°    de dagelijkse diensttijd de periode begrepen tussen twee dagelijkse rusttijden, hierin begrepen de tijden waarmede geen rekening wordt gehouden voor de berekening van de arbeidsduur in toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 april 1988 betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerk-gesteld in de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, maar met uitzondering van de tijden besteed aan de rustperiodes, aan de maaltijden en aan de voorziene onder-brekingen van de rijtijd, van maximum één uur per dag en van vijf uren per week.Wanneer het werk niet aanvangt of eindigt op de exploitatiezetel van de onderneming, wordt als diensttijd beschouwd, het verschil tussen de totaal gemaakte verplaatsingstijd en de duurtijd van de weg en van het werk. 6°    is de wekelijkse diensttijd de som van de diensttijden, gespreid over één week ;7°    is de rijtijd de periode gedurende dewelke de werklieden en werksters een voertuig besturen ;8°    is de dagelijkse rusttijd de periode gelegen tussen twee dagelijkse diensttijden en waarover de werklieden en werksters mogen beschikken.Zijn in de dagelijkse rusttijd inbegrepen :a)    de tijd welke nodig is voor het kleden en het wassen vóór en na de arbeid, voor de rusttijden en de maal-tijden ;b)    de tijd nodig voor het afleggen van de afstand van de woonplaats van de werkman of werkster naar de exploitatiezetel van de onderneming waar zij zijn aangesteld en van deze zetel naar hun woonplaats (weg naar en van het werk).

HOOFDSTUK 3 – Beperking van de diensttijd

Artikel 3

– De duur van de dagelijkse diensttijd mag twaalf uren niet overschrijden op maandag en dinsdag, elf uren op woensdag, donderdag en vrijdag in het stelsel van de vijfdaagse werkweek en elf uren op maandag en dinsdag, tien uren op woensdag, donderdag en vrijdag en vijf uren op zaterdag in het stelsel van de zesdaagse werkweek.- De duur van de wekelijkse diensttijd mag zevenenvijftig uren niet overschrijden. Nochtans mag de dagelijkse diensttijd worden verlengd in geval van overmacht, onvoorziene onderweg opgelopen vertraging en toevallige gebeurtenissen, in de mate van het nodige om de veiligheid van het voertuig of de lading ervan te verzekeren, om de bestuurder in de mogelijkheid te stellen een geschikte stopplaats te bereiken of indien de omstandig-heden het toelaten, de reis te beëindigen en om een werk volgens het opgemaakte plan of de behoeften van het cliënteel te kunnen voltooien.Deze overschrijding mag zich slechts éénmaal per week voordoen, zonder de onderbroken rusttijd te verminderen van minimum negen uren tussen twee diensttijden en op voorwaarde dat de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren over een periode van maximum zes maanden wordt gerespecteerd. Die zal moeten worden gecompenseerd in de loop van dezelfde of van de daaropvolgende week. Artikel 4

Voor de bestuurders volstaat het zich te houden aan de richtlijnen van de Europese Economische Gemeen-schap, zijnde momenteel :-      de dagelijkse rijtijd mag normaal geen negen uren overschrijden. Hij kan echter op tien uren worden gebracht op twee niet opeenvolgende dagen per week. Artikel 5

De werklieden en werksters moeten hun rustperiodes nemen.Deze zijn actueel :-      de werknemers mogen in geen geval langer werken dan zes uren achter elkaar zonder pauze;-      indien het aantal arbeidsuren zes tot negen uren bedraagt: pauze van minimum 30 minuten;-      indien het aantal arbeidsuren meer dan negen uren bedraagt: recht op een pauze van minimum 45 minuten.De onderbrekingen van de rijtijd bepaald bij de van kracht zijnde wetten en reglementen zijn in deze rustperiodes begrepen. Zij moeten ermede samenvallen indien mogelijk. HOOFDSTUK 4 – Rusttijden

Artikel 6

De duur van de dagelijkse rusttijden bedraagt tenminste twaalf uur, behoudens in het geval voorzien bij artikel 3, derde lid. Artikel 7

Buiten de dagelijkse rusttijden hebben de werklieden en werksters recht op een minimum wekelijkse rust van twee dagen in het stelsel van de vijfdaagse werkweek (zaterdag en zondag) of van zaterdag 12 uur tot zondag 24 uur in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Opdat er een rustdag weze, mag er geen enkel werk worden verricht tussen 0 en 24 uur, of desgevallend van 12 tot 24 uur op zaterdag. Artikel 8 (…) Commentaar :      Artikel 8 betreft het verbod om op zondag te werken.Zie omzendbrief Hfdst.8. HOOFDSTUK 5 – Lonen(…) Commentaar :      Zie onze omzendbrief Hfdst.4.1.2. HOOFDSTUK 6 – Compensatierust

Artikel 15

Enkel de gewerkte overuren geven recht op compensatierust, volgens de noden en mogelijkheden van elke onderneming, dit in een maximum termijn van zes maanden. HOOFDSTUK 7 – Dagelijks prestatieblad

Artikel 16

Het prestatieblad bevat onder meer volgende, voorzien door het artikel 5 van het koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld in de ondernemingen voor verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, bevat een overzicht van de dagelijkse en wekelijkse werkuren, van de aanwezigheidsuren en de compensatierust met mogelijkheid tot wekelijkse ondertotalen. Deze uren stemmen overeen met deze die weergegeven zijn :a)    op het vervoerverhuizingsdocument, waarvan het gebruik verplicht is ;b)    op de snelheidsmeterschijven (tachymeter) ;c)    op de arbeidssteekkaarten, wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van een voertuig ;d)    op de aantekeningssteekkaarten in de ondernemingen waar er een punteringsuurwerk is ;e)    op het document C.3.2. voor de maanden wanneer de arbeider gedeeltelijk werkloos gesteld is voor eco-nomische redenen.

Voor de houders van een verhuizerskaart P draagt het prestatieblad hetzelfde nummer als de kaart P.Voor de supplementaire arbeiders, drager van een verhuizerskaart S, wordt het nummer van de kaart op elke prestatieblad vermeld.

In alle gevallen zijn op elk prestatieblad de functie en het uurloon van de arbeider vermeld.Ze bestaan uit twee exemplaren waarvan één exemplaar aan de werknemer gegeven wordt op het einde van de loonperiode. De bewijslast rust bij de werkgever. Het prestatieblad in dubbel moet door beide partijen worden ondertekend.Het gebruik van een dagelijks prestatieblad is verplicht. De werkgever heeft de verplichting aan zijn werknemers een dagelijks prestatieblad ter beschikking te stellen.

Voor de berekening van de bezoldiging, evenals voor de vaststelling van de vergoedingen van de werknemers, zijn de contracterende partijen van de arbeidsovereenkomst ertoe gehouden het dagelijks prestatieblad te gebruiken.Dit document wordt door de partijen erkend als het enige instrument naar hetwelk mag teruggegrepen worden in geval van betwisting van de bezoldiging.

Indien het exemplaar getekend is door beide contracterende partijen van de arbeidsovereenkomst, is iedere betwisting ervan onontvankelijk. Betwistingen zijn slechts toegelaten in geval één van de partijen weigert het prestatieblad te ondertekenen. De werknemers en de werkgevers mogen zonder wettige en nauwkeurige reden niet weigeren het voorgelegde prestatieblad te ondertekenen.

De dagelijkse prestatiebladen dienen bewaard te worden gedurende de periode voorzien in het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten (momenteel vijf jaar). Artikel 17

Bij elke loonuitbetaling geeft de werkgever een loonfiche aan de werknemer of een door Groep S opgesteld document. Ze bestaat uit twee exemplaren waarvan één exemplaar aan de werknemer gegeven wordt. Ze komt overeen met het prestatieblad. De bewijslast rust bij de werkgever. Artikel 18

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1988, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer betreffende de arbeidsduur in de sector “Verhuisonder- nemingen, meubelbewaring en aanverwante activiteiten ervan”, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 augustus 1989, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 september 1989. HOOFDSTUK 8 – Geldigheid

Artikel 19

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 13 juni 2005. Zij is gesloten voor onbepaalde duur.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
13/06/2005
Registratienr
75752
Geldig van
13/06/2005
Geldig tot
Neerleggingsdatum
24/06/2005
Registratiedatum
27/07/2005
Onderwerp
arbeidsduur
BS Bericht van neerlegging
18/08/2005
Algemeen verbindend verklaring
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
05/10/2006
Gepubliceerd in het B.St. van
09/01/2007
Keywords
LONEN, ARBEID TIJDENS WEEKENDS EN OP FEESTDAGEN, ALTERNATIEF VOORDEEL/BELONINGSWIJZE (EXCL. PREMIE, CHEQUE, BONUS), ARBEIDSDUUR IN UREN, ARBEIDSDUURFLEXIBILITEIT, OVERUREN