Paritair (sub-)Comité nr.:
226.00.00-00.00

Bijwerking: 24/10/2019
Geldig vanaf: 01/01/2020

Sectorale vakantiedag

De bedienden die tijdens het vakantiedienstjaar 12 maanden effectieve of hiermee gelijkgestelde prestaties hebben geleverd als bediende of arbeider, overeenkomstig de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie, hebben in het vakantiejaar recht op een sectorale vakantiedag op te nemen bij de werkgever waar zij op de eerste werkdag van het vakantiejaar in dienst waren.

Anciënniteitsvakantie

  • voor bedienden met 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit: 1 werkdag;
  • voor bedienden met 10 tot minder dan 15 jaar anciënniteit: 2 werkdagen;
  • voor bedienden met 15 tot minder dan 20 jaar anciënniteit: 3 werkdagen;
  • voor bedienden met 20 tot minder dan 25 jaar anciënniteit: 4 werkdagen;
  • voor bedienden met 25 tot minder dan 30 jaar anciënniteit: 5 werkdagen;
  • voor bedienden met 30 tot minder dan 35 jaar anciënniteit: 6 werkdagen;
  • voor bedienden met 35 tot minder dan 40 jaar anciënniteit: 7 werkdagen;
  • voor bedienden met ten minste 40 jaar anciënniteit: 8 werkdagen.

Bijkomende halve verlofdagen

  • de namiddag van de Goede Vrijdag;
  • de namiddag van 2 november;
  • de namiddag van  26 december;
  • hetzij de namiddag van 2 januari, hetzij de voornamiddag van 26 december, volgens de keuze van de werkgever.

Regionale verlofdagen

  • 11 juli in het Nederlandstalig landsgedeelte,
  • 27 september in het Franstalig landsgedeelte,
  • 15 november in het Duitstalig landsgedeelte.

Omzetting van de sectorale verlofdagen in een financieel voordeel

Deze omzetting is mogelijk voor de volgende verlofdagen:

  • de regionale verlofdag;
  • de bijkomende halve verlofdagen;
  • de sectorale vakantiedag na 12 maanden effectieve of gelijkgestelde prestaties.

De omzetting gebeurt onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • de omzetting wordt vastgelegd in een cao op ondernemingsvlak;
  • de omzetting gebeurt op basis van vrijwilligheid van zowel werkgever als bediende, telkens voor de duur van één kalenderjaar;
  • de omzetting van verlofdagen in een gelijkwaardig financieel voordeel gebeurt conform de berekening van het enkel vakantiegeld (loonkost werkgever). Indien de omzetting betrekking heeft op het geheel van de sectorale verlofdagen heeft de betrokken bediende voor de duur van de omzetting recht op het equivalent van één bijkomende verlofdag;
  • de berekening wordt pro rata toegepast voor deeltijdse bedienden.

Jeugdvakantie

  • premie van 30 EUR bruto per jeugdvakantiedag (of 15 EUR bruto voor een halve jeugdvakantiedag).

In het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek werd er op 1 juli 2019 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de vakantie, het kort verzuim en de regionale verlofdagen gesloten (registratienummer 152893/CO/226).

In het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek werd er op 1 juli 2019 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de omzetting van de sectorale verlofdagen in een financieel voordeel gesloten (registratienummer 152894/CO/226).

In het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek werd er op 2 december 2019 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de jeugdvakantie gesloten (registratienummer 156712/CO/226).

Wij geven u hierna de bepalingen van deze cao’s betreffende de vakantie, gevolgd door enige commentaar.

A. cao betreffende de vakantie, het kort verzuim en de regionale verlofdagen

HOOFDSTUK I – Toepassingsgebied

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.

HOOFDSTUK II – Vakantie

Artikel 2

De bedienden die tijdens het vakantiedienstjaar 12 maanden effectieve of hiermee gelijkgestelde prestaties hebben geleverd als bediende of arbeider, overeenkomstig de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie, hebben in het vakantiejaar recht op een sectorale vakantiedag op te nemen bij de werkgever waar zij op de eerste werkdag van het vakantiejaar in dienst waren.

Artikel 3

Volgende anciënniteitsvakantie wordt toegekend:

  • voor bedienden met 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit: 1 werkdag;
  • voor bedienden met 10 tot minder dan 15 jaar anciënniteit: 2 werkdagen;
  • voor bedienden met 15 tot minder dan 20 jaar anciënniteit: 3 werkdagen;
  • voor bedienden met 20 tot minder dan 25 jaar anciënniteit: 4 werkdagen;
  • voor bedienden met 25 tot minder dan 30 jaar anciënniteit: 5 werkdagen;
  • voor bedienden met 30 tot minder dan 35 jaar anciënniteit: 6 werkdagen;
  • voor bedienden met 35 tot minder dan 40 jaar anciënniteit: 7 werkdagen;
  • voor bedienden met ten minste 40 jaar anciënniteit: 8 werkdagen.

Artikel 4

§1. Voor de toekenning van de anciënniteitsvakantie bedoeld in artikel 3 gelden de hiernavolgende regels:

  1. Bedienden tewerkgesteld in een onderneming die tot 31 december 1997 ressorteerde onder het Paritair Comité nr. 213 of in een onderneming die pas na die datum voor het eerst bedienden tewerkstelde.
    Voor de bedienden in dienst op 31 december 1999 wordt rekening gehouden met de anciënniteit bereikt op 31 december van het vakantiedienstjaar. Hierbij komen de perioden in aanmerking gedurende welke de vakantiegerechtigden als bediende onderworpen zijn geweest aan de wetgeving op de sociale zekerheid der werknemers.
    Voor de bedienden die in dienst komen na 31 december 1999 wordt rekening gehouden met de anciënniteit bereikt op 31 december van het vakantiedienstjaar. Hierbij wordt enkel rekening gehouden met de perioden van tewerkstelling als bediende in een onderneming die ressorteerde onder het Paritair Comité nr. 226 en/of vóór 1 januari 1998 onder het Paritair Comité nr. 213.
  2. Bedienden tewerkgesteld in een onderneming die tot 31 december 1997 ressorteerde onder het Paritair Comité nr. 218.
    Voor de toekenning van anciënniteitsvakantie wordt rekening gehouden met de anciënniteit bereikt op 31 december van het vakantiedienstjaar. Hierbij wordt enkel rekening gehouden met de perioden van tewerkstelling als bediende in een onderneming die ressorteerde onder het Paritair Comité nr. 226 en ten vroegste vanaf 1 januari 1998. Bestaande gunstigere regelingen blijven van toepassing zonder dat er cumul kan zijn met eventuele bijkomende vakantiedagen die reeds op het vlak van de onderneming zouden zijn toegekend.

§2. Voor de arbeidsovereenkomsten afgesloten vanaf 1 juli 2019 worden de dagen van effectieve tewerkstelling als uitzendbediende, die in de 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst in dezelfde onderneming werden gepresteerd, in aanmerking genomen voor het berekenen van de anciënniteitsvakantie.

Het aantal dagen van effectieve tewerkstelling als uitzendbediende wordt omgerekend naar maanden op basis van de volgende formule:

aantal dagen van effectieve tewerkstelling als uitzendbediende gepresteerd in dezelfde onderneming in de 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de arbeidsovereenkomt (beperkt tot maximum 442 dagen) gedeeld door 18,4 en vervolgens afgerond op het lagere aantal maanden.

Artikel 5

§1. De volgende halve verlofdagen, met vrijaf ’s namiddags, worden toegekend:

  • tweede Nieuwjaarsdag (2 januari);
  • Goede Vrijdag;
  • Allerzielen (2 november);
  • tweede Kerstdag (26 december).

Rekening gehouden met de veralgemening van de viering van Kerstmis, staat het de werkgever vrij ’s voormiddags van de tweede Kerstdag verlof te geven ter vervanging van de namiddag van de tweede Nieuwjaarsdag.

Wanneer Nieuwjaar, Allerheiligen en Kerstmis samenvallen met een zondag en vervangen worden door de dag nadien, wordt er voor de halve verlofdagen hierboven voorzien voor tweede Nieuwjaarsdag, Allerzielen, of tweede Kerstdag, naargelang het geval, aan iedere bediende individueel een halve dag inhaalrust toegekend. Ook wanneer de tweede Nieuwjaarsdag, Allerzielen of de tweede Kerstdag op een zaterdag of een zondag vallen, wordt er aan iedere bediende individueel een halve dag inhaalrust toegekend.

Afwijkende modaliteiten van toekenning en vervanging kunnen worden bepaald in onderling overleg met de geëigende overlegorganen in het vlak van de onderneming.

§2. In afwijking van de bepalingen van §1 wordt voor de ondernemingen die tot 31 december 1997 ressorteerden onder het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor de bedienden volgende programmatie voorzien:

  • vanaf het jaar 2002: toekenning van twee van de vier halve verlofdagen bedoeld in §1, te bepalen in onderling overleg met de geëigende overlegorganen op het vlak van de onderneming;
  • vanaf het jaar 2004: toekenning van de resterende twee halve verlofdagen bedoeld in §1.

HOOFDSTUK III – Kort verzuim

(…) Zie onze sectorale documentatie Hfdst. 13.

HOOFDSTUK VI – Regionale verlofdagen

Artikel 13

§1. Er wordt een bijzondere verlofdag toegekend als « regionale verlofdag » op de data bij decreet vastgesteld door de regionale cultuurraden:

  • 11 juli in het nederlandstalig landsgedeelte,
  • 27 september in het franstalig landsgedeelte,
  • 15 november in het duitstalig landsgedeelte.

Wanneer de regionale verlofdag samenvalt met een zaterdag of een zondag, wordt een vervangingsdag toegekend.

De modaliteiten van toekenning en vervanging van de regionale verlofdag worden bepaald in onderling overleg op het vlak van de onderneming.

§2. In afwijking van de bepalingen in §1 is de regionale verlofdag in de ondernemingen die tot 31 december 1997 ressorteerden onder het Paritair Comité nr. 218 niet cumuleerbaar met een soortgelijke bijkomende vakantiedag die vóór 1 januari 1999 werd toegekend in de onderneming.

HOOFDSTUK VII – Slotbepalingen

Artikel 14

Deze cao vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2015 betreffende de vakantie, het kort verzuim, de wettelijke feestdagen en de regionale verlofdagen, registratienummer 128581/CO/226, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22/04/2016.

Artikel 15

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2019 en is gesloten voor een onbepaalde tijd.

Zij kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, betekend aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.

B. cao betreffende de omzetting van de sectorale verlofdagen in een financieel voordeel

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.

Artikel 2

De sectorale verlofdagen genoemd in de artikelen 2, 5 §1 en 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2019 betreffende de vakantie, het kort verzuim en de regionale verlofdagen kunnen met ingang van 1 januari 2020 worden omgezet in een gelijkwaardig financieel voordeel, mits naleving van de volgende voorwaarden (cumulatief):

  1. de omzetting wordt vastgelegd in een cao op ondernemingsvlak;
  2. de omzetting gebeurt op basis van vrijwilligheid van zowel werkgever als bediende, telkens voor de duur van één kalenderjaar;
  3. het budget van de omgezette dagen bestaat uit het equivalent van het gewone loon, berekend volgens de regels van het enkel vakantiegeld, verhoogd met de patronale kost.

Artikel 3

Indien de omzetting betrekking heeft op het geheel van de sectorale verlofdagen heeft de betrokken bediende voor de duur van de omzetting recht op het equivalent van één bijkomende verlofdag, berekend conform artikel 2,c.

Artikel 4

De berekening wordt pro rata toegepast voor deeltijdse bedienden.

Artikel 5

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 januari 2020 en is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk worden opgezegd mits een opzegging van drie maand, betekend aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.

C. Commentaar

Anciënniteitsvakantie

1.1. Vanaf een jaar anciënniteit, recht op een bijkomende sectorale vakantiedag

De bedienden die tijdens het vakantiedienstjaar 12 maanden effectieve of hiermee gelijkgestelde prestaties hebben geleverd, overeenkomstig de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie, hebben recht op een bijkomende sectorale vakantiedag. Heeft dus recht op een bijkomende vakantiedag de bediende die het bewijs levert van 12 maanden effectieve of hiermee gelijkgestelde prestaties in de onderneming, in een andere onderneming van de sector of van een andere sector.

1.2. Vanaf 5 jaar anciënniteit, recht op anciënniteitsvakantie

De bedienden die minstens 5 jaar anciënniteit hebben, hebben recht op de volgende anciënniteitsvakantie:

 voor bedienden met 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit 1 werkdag
 voor bedienden met 10 tot minder dan 15 jaar anciënniteit 2 werkdagen
 voor bedienden met 15 tot minder dan 20 jaar an­ciënniteit 3 werkdagen
 voor bedienden met 20 tot minder dan 25 jaar anciënniteit 4 werkdagen
 voor bedienden met 25 tot minder dan 30 jaar anciënniteit 5 werkdagen
voor bedienden met 30 tot minder dan 35 jaar anciënniteit 6 werkdagen
voor bedienden met 35 tot minder dan 40 jaar anciënniteit 7 werkdagen
voor bedienden met ten minste 40 jaar anciënniteit 8 werkdagen

Berekening van de anciënniteit

Voor de toekenning van anciënniteitsvakantie wordt rekening gehouden met de anciënniteit bereikt op 31 december van het vakantiedienstjaar. M.a.w. om het aantal anciënnieteitsvakantiedagen te berekenen waarop de bediende in 2000 recht heeft, moet men rekening houden met de anciënniteit die hij op 31 december 1999 heeft bereikt.

De berekening van de anciënniteit is verschillend  naargelang de onderneming vroeger al dan niet behoorde tot het PC 213 of 218:

Voor de bedienden tewerkgesteld in een onderneming die tot 31 december 1997 ressorteerde onder het PC 213 of in een onderneming die pas na 31 december 1997 voor het eerst bedienden tewerkstelde Voor de bedienden tewerkgesteld in een onderneming die tot 31 december 1997 ressorteerde onder het PC 218
Voor de bedienden al in dienst op 31 december 1999: Voor de bedienden die in dienst komen na 31 december 1999: wordt enkel rekening gehouden met de perioden van tewerkstelling als bediende in de sector (PC 226) vanaf 1 januari 1998
komen de perioden in aanmerking gedurende welke de vakantiegerechtigden als bediende onderworpen zijn geweest aan de wetgeving op de sociale zekerheid der werknemers, van de ene of de andere sector wordt enkel rekening gehouden met de perioden van tewerkstelling als bediende in de sector (PC 226 en/of PC 213 vóór 1 januari 1998)

Bestaande gunstigere regelingen blijven van toepassing zonder dat er cumul kan zijn met eventuele bijkomende vakantiedagen die reeds op het vlak van de onderneming zouden zijn toegekend.

2. Recht op bijkomende halve verlofdagen

2.1. Voor de ondernemingen die tot 31 december 1997 onder het PC 218 ressorteerden:

De bedienden hebben recht op:

  • vanaf het jaar 2002: toekenning van twee van de vier halve verlofdagen bedoeld in § 1, te bepalen in onderling overleg met de geëigende overlegorganen op het vlak van de onderneming,
  • vanaf het jaar 2004: toekenning van de resterende twee halve verlofdagen bedoeld in §1..

2.2. Voor de andere ondernemingen dan de ondernemingen die tot 31 december 1997 onder het PC 218 ressorteerden:

De bedienden hebben recht op een halve verlofdag:

  • de namiddag van de Goede Vrijdag;
  • de namiddag van 2 november;
  • de namiddag van  26 december;
  • hetzij de namiddag van 2 januari, hetzij de voornamiddag van 26 december, volgens de keuze van de werkgever.

Wanneer Nieuwjaar, Allerheiligen en Kerstmis samenvallen met een zondag en vervangen worden door de dag nadien, wordt er voor de halve verlofdagen hierboven voorzien voor 2 januari, 2 november, of 26 december, naargelang het geval, aan iedere bediende individueel, een halve dag inhaalrust toegekend. Ook wanneer 2 januari, 2 november, of 26 december op een zaterdag of een zondag vallen, wordt er aan iedere bediende individueel een halve dag inhaalrust toegekend.

3. Omzetting van de sectorale verlofdagen in een financieel voordeel

Deze omzetting is mogelijk voor de volgende verlofdagen:

  • de regionale verlofdag;
  • de bijkomende halve verlofdagen;
  • de sectorale vakantiedag na 12 maanden effectieve of gelijkgestelde prestaties.

De omzetting gebeurt onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • de omzetting wordt vastgelegd in een cao op ondernemingsvlak;
  • de omzetting gebeurt op basis van vrijwilligheid van zowel werkgever als bediende, telkens voor de duur van één kalenderjaar;
  • de omzetting van verlofdagen in een gelijkwaardig financieel voordeel gebeurt conform de berekening van het enkel vakantiegeld (loonkost werkgever). Indien de omzetting betrekking heeft op het geheel van de sectorale verlofdagen heeft de betrokken bediende voor de duur van de omzetting recht op het equivalent van één bijkomende verlofdag;
  • de berekening wordt pro rata toegepast voor deeltijdse bedienden.

C. cao betreffende de jeugdvakantie

De modaliteiten van het recht op jeugdvakantie zijn opgenomen in de artikelen 36bis en 78bis van het Koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

C.1. Algemeen

  • Om recht te hebben op jeugdvakantie moet de bediende :
  • jonger zijn dan 25 jaar
  • min. 1 maand werken als loontrekkende gedurende het jaar waarin hij zijn studies heeft beëindigd
  • geen volledig vakantierecht hebben opgebouwd
  • de gewone betaalde vakantiedagen hebben uitgeput.

C.2. Aanvullende Premie

De bedienden die gebruik maken van hun recht op jeugdvakantie hebben recht op een aanvullende premie van 30 EUR bruto per jeugdvakantiedag (of 15 EUR bruto voor een halve jeugdvakantiedag).

De aanvullende premie wordt betaald door de werkgever die deze kan terugvorderen bij het sociaal Fonds, inclusief de verschuldigde werkgeversbijdrage (aanvraagformulier voor de terugbetaling) .

De aanvragen tot terugbetaling kunnen ingediend worden tijdens de 3 kalenderjaren die volgen op het kalenderjaar waarin de premies werden uitbetaald. Na afloop van deze periode vervalt het recht op terugbetaling.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
01/07/2019
Registratienr
152894
Geldig van
01/01/2020
Geldig tot
Neerleggingsdatum
09/07/2019
Registratiedatum
29/07/2019
Onderwerp
omzetting van de sectorale verlofdagen in een financieel voordeel
BS Bericht van neerlegging
07/08/2019
Algemeen verbindend verklaring
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
03/12/2019
Gepubliceerd in het B.St. van
19/12/2019
Keywords

 

Datum CAO
02/12/2019
Registratienr
156712
Geldig van
01/01/2020
Geldig tot
Neerleggingsdatum
10/12/2019
Registratiedatum
04/02/2020
Onderwerp
Jeugdvakantie.
BS Bericht van neerlegging
17/02/2020
Algemeen verbindend verklaring
Gevraagd
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
09/04/2020
Gepubliceerd in het B.St. van
22/05/2020
Keywords
VAKANTIEGELD, WERKLOOSHEID (ANDERE DAN ECONOMISCHE WERKLOOSHEID VOOR BEDIENDEN)