Paritair (sub-)Comité nr.:
140.05.00-00.00

Bijwerking: 08/02/2010
Geldig vanaf: 01/06/2009

Tussenkomsten:

  • Bijkomende toelage voor ziekte.
  • Toelage van vertrek in geval van pensioen of SWT.
  • Tegemoetkoming bij overlijden.

In het Paritair Comité voor het vervoer werd op 25 januari 1985 een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genaamd “Sociaal Fonds voor de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten” en tot vaststelling van zijn statuten.

Zij werd laatst gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november 2003.

In hetzelfde paritair comité werd op 25 juli 1986 bovendien een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten tot vaststelling van de bedragen van de toelagen en tegemoetkomingen ten gunste van de werklieden en werksters en van de bijdrage van de werkgevers voorzien in de statuten van het “Sociaal Fonds voor de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten”.

Wij geven U hierna de bepalingen m.b.t. de aanvullende sociale voordelen ten laste van de werkgever en van het sociaal fonds.

1. Toepassingsgebied

Deze bepalingen zijn van toepassing:

  1. op de deeltijds en voltijds tewerkgestelde werklieden en werksters die verhuizingen verrichten, werken in meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten en die afhangen van het Paritair Comité voor het vervoer, in ondernemingen waarmee zij gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en houders van een verhuizerskaart P;
  2. op de werkgevers die de werklieden en werksters onder 1° bedoeld, in dienst hebben.

2. Bijkomende toelage voor werkloosheid

Zie hoofdstuk 2002.

3. Bijkomende toelage voor ziekte

De werklieden en werksters die gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, hebben, na de periode van het wekelijks gewaarborgd loon voor ononderbroken arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte of ongeval, met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of arbeidsongeval of ongevallen op weg van en naar het werk, recht op een bijkomende toelage welke de uitkering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover ze volgende voorwaarden vervullen:

  • de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen genieten van het maandelijks gewaarborgd loon of van de ziekte- en invaliditeitsverzekering in toepassing van de wetgeving ter zake;
  • op het ogenblik waarop de ongeschiktheid zich voordoet, in dienst zijn van een werkgever van de sector.

Het bedrag van de bijkomende toelage voor ziekte wordt vanaf 1 januari 2006 als volgt vastgesteld:

aan de zieke werklieden en werksters, dragers van een verhuizerskaart P en welke een gewaarborgd maandinkomen genieten, wordt betaald:

a) een dagelijkse bijkomende toelage van:

  • 1,20 EUR per werkdag in de 5 dagenweek;
  • 1,00 EUR per werkdag in de 6 dagenweek,

gedurende de periode dat zij recht hebben op het gewaarborgd maandinkomen, het is te zeggen de 23 kalenderdagen die op het gewaarborgd weekinkomen volgen;

b) een dagelijkse toelage van:

  • 2,40 EUR per werkdag in de 5 dagenweek;
  • 2,00 EUR per werkdag in de 6 dagenweek,

na de periode van het gewaarborgd maandinkomen.

Deze bijkomende toelage van ziekte wordt uitbetaald door de werkgever aan de werkman of de werkster en wordt hem door het Fonds terugbetaald tegen afgifte van een document, waarvan de modaliteiten door zijn Raad van Beheer worden vastgesteld, vergezeld van het attest van het ziekenfonds bij dewelke de werkman of de werkster is aangesloten.

De vergoeding voor de arbeidsongeschiktheid voor éénzelfde oorzaak mag de ononderbroken periode van 6 maanden niet overschrijden, het gewaarborgd weekinkomen en het gewaarborgd maandinkomen inbegrepen.

Het hervallen in dezelfde ziekte moet beschouwd worden als integraal deel uitmakend van de vorige arbeidsongeschiktheid indien de hervalling zich voordoet binnen de eerste twaalf werkdagen volgend op het einde van deze periode van arbeidsongeschiktheid.

4. Toelage van vertrek in geval van pensioen of brugpensioen

De werklieden en werksters die gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, die de wettelijke pensioen- of brugpensioenouderdom bereikt hebben en de onderneming verlaten, hebben recht op een toelage van vertrek voor zover zij gedurende de vijf laatste jaren van hun beroepsactiviteit ononderbroken in één of meer ondernemingen van de sector verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten in dienst zijn geweest.

Elke werkman of werkster, die met pensioen of brugpensioen gaat, heeft vanaf 1 januari 1993 recht op een vergoeding van 24,79 EUR per jaar anciënniteit in de sector met een maximum van 396,64 EUR.

Deze toelage wordt betaald door de werkgever en wordt hem door het fonds terugbetaald, tegen afgifte van een document, waarin verklaard wordt dat de werkman of werkster wettelijk op pensioen of brugpensioen gesteld is.

5. Tegemoetkoming bij overlijden

In geval van overlijden van een werkman of werkster die verbonden is door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, drager van een verhuizerskaart P:

  1. ten gevolge van een ziekte of een ongeval, verschillend van een arbeidsongeval of een ongeval op weg van en naar het werk is, heeft de persoon welke de begrafeniskosten draagt recht op een vergoeding van 1.239,47 EUR vanaf 1 januari 1993;
  2. ten gevolge van een arbeidsongeval of een ongeval op weg van en naar het werk is, heeft/hebben de persoon en/of personen die de vergoedingen ontvangen van de verzekeringsmaatschappij die de werkgever van de overledene dekt, recht op een vergoeding van 2.478,94 EUR vanaf 1 januari 1993.

De tegemoetkoming van 1.239,47 EUR vermeld in a. wordt betaald door de werkgever en wordt hem door het Fonds terugbetaald, tegen afgifte van een document, waarvan de modaliteiten worden vastgesteld door zijn Raad van Beheer, vergezeld door een overlijdensakte.

De tegemoetkoming van 2.478,94 EUR vermeld in b. wordt aan de rechthebbenden toegekend door de verzekeringsmaatschappij die dit risico dekt.

6. Gemeenschappelijke bepalingen

De bovenbedoelde toelagen worden rechtstreeks door de werkgevers aan hun werklieden en werksters betaald per maand en bij de eerste loonuitbetaling volgende op de maand in de loop waarvan de werklieden en werksters op deze uitkeringen recht hebben.

Voor zover zij deelgenomen hebben en/of deelnemen aan de financiering van het Fonds, kunnen de werkgevers de terugbetaling bij het Fonds bekomen:

  1. van de bijkomende toelagen voor ziekte;
  2. van 100 % van de bijkomende toelagen voor de werkloosheid met een maximum aantal werkloosheidsdagen per kalenderjaar gelijk aan 8 % van het totaal tijdens het voorgaande jaar in de afdeling “verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten” van de onderneming gepresteerde dagen, zonder veertig dagen per werknemer te overtreffen;
  3. van de toelagen van vertrek bij de op pensioen of brugpensioenstelling;
  4. van de tegemoetkomingen bij overlijden, bedoeld in 4 a. boven. De in 4 b. bedoelde tegemoetkoming is betaalbaar door de verzekeringsmaatschappijen die dit risico dekken.

De werkgever die niet tot de financiering van het Fonds heeft bijgedragen dient de toelagen van vertrek in geval van pensioen of brugpensioen zelf ten laste te nemen voor het overeenstemmend aantal jaren gedurende dewelke hij de werknemer in dienst heeft gehad. Het saldo is ten laste van de voorgaande werkgevers prorata temporis.

Om de controle mogelijk te maken zowel van het innen van de bijdragen als van de uitkering van de in deze statuten voorziene toelagen, moeten de werklieden en werksters in het bezit zijn, gedurende gans de duur van hun werk, van een van de twee bestaande modellen van verhuizerskaart naargelang zij zijn aangeworven voor onbepaalde tijd of voor een bepaald werk of bepaalde tijd (P of S).

Enkel de houders van een verhuizerskaart P hebben recht op de voordelen die voorzien zijn in deze statuten.

Deze kaart wordt hun door hun werkgever bij hun indiensttreding overhandigd, na hun inschrijving in het personeelsregister. Zij moeten de kaart bij hun vertrek teruggeven. In geval van verlies of bij niet teruggave wordt de kaart waardeloos verklaard.

De verhuizerskaarten worden door de Belgische Kamer der Verhuisondernemers aan de werkgevers uitgereikt.

De kaarten P moeten elk jaar worden vernieuwd, de kaarten S elke maand.

De Raad van Beheer van het Fonds bepaalt de datum en de modaliteiten van betaling van de door het Fonds toegekende toelagen ; in geen enkel geval mag de betaling van de toelagen afhankelijk zijn van de stortingen van de bijdragen verschuldigd door de aan het Fonds onderworpen werkgevers.