Paritair (sub-)Comité nr.:
140.05.00-00.00

Bijwerking: 02/09/2008
Geldig vanaf: 13/06/2005

In het kader van en binnen de voorwaarden bepaald door de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen (verschenen in het Belgisch Staatsblad van 12 juni 1987) en door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad (algemeen verbindend verklaard door een koninklijk besluit van 18 juni 1987 en verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42bis van 10 november 1987 (algemeen verbindend verklaard door een koninklijk besluit van 14 januari 1988 en verschenen in het Belgisch Staatsblad van 3 februari 1988) is het mogelijk af te wijken van de wettelijke bepalingen inzake zondagsarbeid, nachtarbeid, arbeidsduur en tewerkstelling tijdens feestdagen.

Deze nieuwe arbeidsregelingen dienen voorzien te worden in een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair orgaan (paritair comité of subcomité), of, bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst, in een overeenkomst gesloten in de onderneming. In artikel 7 van de voormelde CAO nr. 42 werd evenwel bepaald dat de onderhandeling op ondernemingsniveau maar kan geschieden bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het paritair comité binnen zes maanden vanaf de aanhangigmaking bij de voorzitter van het paritair comité door de meest gerede partij.
In het Paritair Comité voor het vervoer werd op 26 november 2003 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten betreffende de invoering van nieuwe arbeidstijdstelsels in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.  Zij werd neergelegd op de Griffie van de Dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen en geregistreerd op 13 januari 2004 onder het nr. 69291/CO/14005.  Het bericht van neerlegging verscheen in het Belgisch Staatsblad van 28 januari 2004.

Deze CAO werd op haar beurt vervangen door de CAO van 13 juni 2005 betreffende de invoering van nieuwe regelingen inzake organisatie van de arbeidstijd in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten. Zij werd neergelegd op de Griffie van de Dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen op 24 juni 2005 en geregistreerd op 27 juli 2005 onder het nummer 75751/CO/14005.

Wij geven u hierna de tekst van deze CAO.

Artikel 1

§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en behoren tot de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten alsook op hun werklieden.

§2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder:

“verhuizing” : elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer : privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen, enz. … met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpak, uitpak, monteren, demonteren zonder dat deze opsomming limitatief is;

“meubelbewaring” : de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen;

“aanverwante activiteiten” : elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn zoals voor het vervoer van meubelen en om de beschadiging tijdens het vervoer te voorkomen van diverse goederen zoals nieuwe meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven, enz …;

“voertuigen speciaal uitgerust voor het vervoer van meubelen” : elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, van een stuwinrichting, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein stuw- en beschermingsmaterieel, zoals dekens, kisten, elk ander soortgelijk materieel, enz. …

§3. Onder “werklieden” wordt bedoeld : de werklieden en werksters.

Artikel 2

Deze collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten in uitvoering van het protocol akkoord van 2003-2004.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel aan de onder artikel 1 bedoelde werkgevers de mogelijkheid te bieden nieuwe arbeidsregelingen in te voeren in het kader van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad.

De beoogde flexibiliteit moet de in artikel 1 bedoelde ondernemingen toelaten hun werkzaamheden te optimaliseren en beter te beantwoorden aan de behoeften van de markt. Met de aansluitende bedoeling de tewerkstelling op peil te houden, zal de tewerkstelling in de sector jaarlijks door het “Sociaal Fonds verhuizingen” worden geëvalueerd volgens een procedure die zal worden vastgelegd door de beheerraad van het sociaal fonds. Wat de bepalingen “arbeidstijd”, “diensttijd” en de duur ervan betreft, wordt verwezen naar het koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van het personeel tewerkgesteld bij onder artikel 1 bedoelde werkgevers, evenals naar de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 met betrekking tot de arbeidsduur.

COMMENTAAR: Voor de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 1995, zie onze sectorale documentatie Hfdst. 4302.

Artikel 3

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedraagt 38 uren, zoals voorzien in de normale uurregeling van het bedrijf, die opgenomen is in het arbeidsreglement.

Artikel 4

In de onderneming kunnen nieuwe arbeidsregelingen ingevoerd worden die gelijktijdig kunnen voorzien in:

a) een dagelijkse arbeidstijd van maximum 10 uren;
b) een wekelijkse arbeidstijd van maximum 50 uren;
c) een dagelijkse diensttijd van maximum 14 uren per dag;
d) een wekelijkse diensttijd van maximum 65 uren per week;
e) zondagarbeid, zonder de verplichting van de werkgever om toelating van het Paritair
Comité te vragen zoals voorzien in artikel 2.8.4. van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 betreffende de arbeidsduur in de subsector voor Verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten;
f) de termijn binnen dewelke de compenserende, onbezoldigde, rusttijd voor
zondagarbeid moet toegekend worden. Deze termijn bedraagt maximum 8 weken;
g) arbeid op feestdagen, zonder de verplichting van de werkgever om toelating van het Paritair Comité te vragen zoals voorzien in artikel 2.8.4. van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 betreffende de arbeidsduur in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten

Artikel 5

De prestaties op zon- en feestdagen kunnen niet worden opgelegd en gebeuren op basis van vrijwilligheid, behoudens in geval van overmacht of dreigend ongeval.

Artikel 6

Het gebruik van de flexibele arbeidsregeling kan tot gevolg hebben dat een dag die volgens de normale uurregeling een rustdag is, een werkdag wordt (bij voorbeeld een zaterdag).

COMMENTAAR: Voor de bepalingen inzake tewerkstelling op zondag, zie onze sectorale documentatie Hfdst. 08.

Artikel 7

De referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd moet worden, loopt van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari. Bij instap van de nieuwe arbeids-regeling in de loop van de referteperiode, wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd vanaf de aanvang van de nieuwe arbeidsregeling, pro rata tot 31 januari of 31 juli eerstkomend.

Artikel 8

Ten einde te vermijden dat teveel extra uren in de loop van het jaar ontstaan, mag in de loop van de referteperiode een krediet van 65 extra uren nooit worden overschreden.

Artikel 9

De nieuwe arbeidsregeling stelt de werkgever niet vrij de Europese Verordening 3820/85 met betrekking tot de rij- en rusttijden voor chauffeurs na te leven.

Artikel 10

Voor zover de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden nageleefd, dient de nieuwe arbeidsregeling te worden opgenomen als bijlage bij het arbeidsreglement van de onderneming.

Deze opname kan ten vroegste uitwerking hebben vanaf de datum waarop deze gesloten collectieve arbeidsovereenkomst door het Griffie van de Algemene Directie de Collectieve Arbeidsbetrekkingen is geregistreerd.

Artikel 11

De wijziging van het arbeidsreglement ingevolge de invoering van de nieuwe arbeidsregeling wordt ter kennis van werklieden en werksters gebracht in overeenstemming met de wettelijk voorgeschreven procedure, zoals voorzien in artikel 15 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen (Belgisch Staatsblad van 5 mei 1965).

Artikel 12

De in het kader van de nieuwe arbeidsregeling tewerkgestelde werklieden moeten voltijds tewerkgesteld zijn.

Artikel 13

De werkgever moet aan de in het kader van de nieuwe arbeidsregeling tewerkgestelde werklieden afleveren:

De tachograafgegevens gelden eveneens als registratiebasis.

Artikel 14

Indien de werkgever de nieuwe arbeidsregeling volgens artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wil toepassen, zal hij de betrokken werklieden minstens 24 uren op voorhand op de hoogte brengen van het toepasselijk uurrooster, met vermelding van de aanvangsdatum, aanvangsuur en de vermoedelijke duur van de opdracht. Wijzigingen mogen worden meegedeeld tot 12 uren voor de toepassing.

Artikel 15

De werkgever moet deze kennisgeving bewaren gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar gedurende hetwelk dit uurrooster werd toegepast.

Artikel 16

§1. Tijdens de door de collectieve arbeidsovereenkomst houdende invoering van de nieuwe arbeidsregeling vastgelegde referteperiode, werkt de werkman maximum 988 arbeidsuren, dit wil zeggen 38 uren x 26 weken = 988 arbeidsuren.

§2. Indien de werkman onder arbeidsovereenkomst van bepaalde duur is tewerkgesteld, wordt de maximale duur van zijn arbeidsprestaties bepaald door het aantal weken dat door de overeenkomst is gedekt te vermenigvuldigen met 38.

§3. Betreffende het jaar waarin de nieuwe arbeidsregeling wordt ingevoerd, wordt het maximum aantal arbeidsuren dat de werkman mag presteren vastgesteld door het aantal overblijvende weken van de referteperiode te vermenigvuldigen met 38 uren.

§4. Voor de toepassing van deze bepaling, bevat de arbeidsduur van de referteperiode niet enkel de effectief gepresteerde arbeidsuren, maar ook de rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, de door of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst-vastgelegde rustdagen, de periodes van schorsing van uitvoering van de arbeids-overeenkomst bepaald in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de bijkomende inhaalrustdagen toegekend in plaats van de uitbetaling van een overloontoeslag, zoals bepaald in artikel 29, § 4 van de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971).

§5. De nieuwe arbeidsregeling moet minstens een prestatie van 4 uren per begonnen werkdag voorzien.

§6. De niet-gepresteerde uren waarvoor wel het loon werd uitbetaald in het kader van de wettelijk gegarandeerde arbeidsduur van 38 u/week, worden in mindering gebracht van de diensttijd boven de 38u/week, maar met behoud van de regeling ter zake (beschikbaarheidtijdspremie, flexibiliteits-premie, overloon).

Artikel 17

Bij ontstentenis van de kennisgeving vermeld in artikel 11 en medegedeeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VII van deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijft het uurrooster vermeld in het arbeidsreglement van toepassing.

Artikel 18

Tijdens de door de collectieve arbeidsovereenkomst houdende invoering van een nieuw arbeidsregeling vastgelegde referteperiode wordt de maximale diensttijd van de werkman bepaald op 1 482 uren, dit wil zeggen 57 uren x 26 weken = 1 482 uren, inclusief de gelijkgestelde dagen (onder andere ziekte, tijdelijke werkloosheid economische oorzaak, jaarlijkse vakantie, verlof om dwingende redenen,…) volgens artikel 16, §4.

Betreffende de referteperiode gedurende hetwelk de nieuwe arbeidsregeling wordt ingevoerd, wordt het maximum aantal diensturen van de werkman vastgesteld door het aantal overblijvende weken tot het einde van de referteperiode te vermenigvuldigen met 57 uren.

Artikel 19

Worden als overuren beschouwd die aanleiding geven tot de betaling van het overloon bepaald bij artikel 29, § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971, de uren boven de grenzen zoals bepaald in artikel 4 a), b), c) en d).

Artikel 20

De aanvullende vergoeding gelijk aan de vergoeding voor het avondmaal wordt toegekend indien de diensttijd van de dag 12 uren overschrijdt. Deze vergoeding is niet cumuleerbaar met het voordeel voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomstvan 13 december 2004 betreffende de verwijderings- en verblijfsvergoeding.

Artikel 21

§1. De in het kader van de nieuwe arbeidsregeling tewerkgestelde werklieden genieten van een flexibiliteitspremie onder de voorwaarden vastgesteld door deze bepaling.

§2. De flexibiliteitspremie is verschuldigd voor alle diensturen boven de 38 uur/week die geen aanleiding geven tot uitbetaling van een overloon en die geen beschikbaarheidtijd zijn.

§3. De flexibiliteitspremie bedraagt 2,52 EUR (waarde 1 november 2004) per uur. De flexibiliteitspremie evolueert op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als de verwijderingsvergoeding voorzien in artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2005 betreffende de arbeidsduur in de subsector voor de verhuisondernemin-gen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

Artikel 22

Alle gepresteerde uren (arbeidstijd, beschikbaarheidtijd, diensttijd) worden getotaliseerd op maandbasis. Op het einde van iedere loonperiode, betaalt de werkgever aan de werkman:

Artikel 23

Tijdens de periode dat een alternatieve uurregeling wordt toegepast, blijft de werknemer betaald op basis van de gewone uurregeling. Alle uitbetaalde, maar niet gepresteerde uren, worden in mindering gebracht van het totaal aantal uren van de volgende maand die boven de gemiddelde maandbasis van 38 u/week werden gepresteerd, onafgezien de bepalingen van artikel 19 en artikel 21 onder hoofdstuk VIII.

Artikel 24

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer betreffende de invoering van nieuwe arbeidsstelsels in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 juli 2004 en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 augustus 2004.

Artikel 25

Deze arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 13 juni 2005 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bijeen ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité van het vervoer, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
13/06/2005
Registratienr
75751
Geldig van
13/06/2005
Geldig tot
Neerleggingsdatum
24/06/2005
Registratiedatum
27/07/2005
Onderwerp
nieuwe arbeidsregelingen
BS Bericht van neerlegging
18/08/2005
Algemeen verbindend verklaring
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
02/05/2006
Gepubliceerd in het B.St. van
10/08/2006
Keywords
ARBEIDSDUUR IN UREN, ARBEIDSDUURFLEXIBILITEIT