Paritair (sub-)Comité nr.:
140.05.00-00.00

Bijwerking: 18/04/2016
Geldig vanaf: 01/01/2016

In het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek werd op 10 mei 2012 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten tot wijziging van de CAO van 10 november 2010 betreffende de invoering van een pensioenfonds voor de arbeiders van de subsector voor de verhuisondernemingen, meubelbewaring en aanverwante activiteiten.

Het pensioen en -solidariteitsreglement, zijnde de bijlagen 1 en 2 bij de CAO van 10 november 2010 (102.472) worden gewijzigd door een collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013(nr.120164/CO/140.05). De bestaande technische nota die de werking van het sectorale pensioenstelsel beschrijft is ook aangepast. Deze drie documenten worden opgenomen respectievelijk ais bijlage 1, 2 en 3 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Deze bijlagen maken integraal deel uit van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en zijn er onverdeelbaar aan verbonden.

Het bijdragepercentage voorzien in artikel 4 van bijlage 1 wordt gewijzigd door een collectieve arbeidsovereenkomst van 21 januari 2016 (nr. 120164/CO/140).

De nieuwe bepalingen treden in werking op 1 januari 2016.

Wij geven u hierna de integrale tekst van deze CAO.

Artikel 1

Huidige CAO wijzigt de CAO van 10 november 2010 (registratienummer 102.472), dewelke werd afgesloten in toepassing van artikel 10 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (hierna WAP genoemd), evenals in uitvoering van de beslissing van de representatieve organisaties in het paritair comité vervoer en logistiek om voor de arbeiders van de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten een sociaal sectoraal pensioenstel in te voeren, zoals voorzien in het protocolakkoord van 6 mei 2009 voor de jaren 2010 en 2011.

Artikel 2

§1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek en behoren tot de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten alsook op hun arbeiders.

§2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder:

Artikel 3

Dit sociaal sectoraal pensioenstelsel, bestaande uit een pensioentoezegging en een solidariteitstoezegging werd ingevoerd ten bate van de aangesloten arbeiders en arbeidsters zoals bepaald in het pensioenreglement en het solidariteitsreglement, die tewerkgesteld zijn door de werkgevers bedoeld in artikel 2.

Het beheer van het pensioenstelsel heeft uitsluitend de rechtmatige belangen van de aangeslotenen als doel, met uitsluiting van enig ander doel en rekening houdend met de principes van deugdelijk bestuur.

Artikel 4

De inrichter zoals bedoeld in art.3, §1, 5° a) van de WAP is het Sociaal Fonds voor de ondernemingen van verhuizingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten dat opgericht werd bij Koninklijk Besluit van 24 juni 1971, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 1971.

De inrichter is conform art 5, §1 van de WAP als enige bevoegd voor de beslissing tot invoering, wijziging of opheffing van het pensioenstelsel.

Artikel 5

Als pensioeninstelling die de pensioentoezegging uitvoert duidt de inrichter een verzekeraar aan die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en die de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning. Deze aanduiding gebeurt op objectieve wijze aan de hand van de uitgeschreven offerte met referentie PC140.05/off20091231. De specifieke taakomschrijving van deze verzekeraar wordt vastgelegd in een beheersovereenkomst tussen de inrichter en aangeduide verzekeraar.

De uitvoerder van de solidariteitstoezegging werd op dezelfde wijze aangeduid als de uitvoerder van de pensioentoezegging.

Artikel 6

Het pensioenreglement met betrekking tot de pensioentoezegging werd toegevoegd als aanhangsel 1 aan de in artikel 1 vermelde CAO van 10 november 2010 (registratienummer 102.472).

Artikel 7

Het solidariteitsreglement met betrekking tot de solidariteitstoezegging werd toegevoegd als aanhangsel 2 aan dezelfde in artikel 1 vermelde CAO van 10 november 2010.

Artikel 8

§1. Opting out zoals bedoeld door artikel 9 van de WAP is niet toegestaan vanaf de invoering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.

§2. Werkgevers die voor de datum van 6 mei 2009 reeds een aanvullend pensioenstelsel op het vlak van de onderneming zoals bedoeld in art 3, §1, 6° van de WAP hebben ingevoerd voor hun arbeiders (M/V), kunnen vrijgesteld worden van deelname aan de sectorale pensioentoezegging indien zij voor 5 juli 2010 hebben aangetoond dat de pensioentoezegging op ondernemingsvlak de aangesloten arbeiders (MN) minstens dezelfde rechten verleent zoals bedoeld in art. 9, alinea 2 van de WAP als de sectorale pensioentoezegging door middel van het betrokken pensioenreglement of door middel van een attest van de aangeduide actuaris van de betrokken verzekeringsonderneming.

Deze werkgevers kunnen vrijgesteld blijven, indien zij jaarlijks op datum van 1 april een attest opgemaakt door de aangeduide actuaris van de betrokken verzekeringsonderneming kunnen voorleggen als bewijs van het nog in stand houden van dit ondernemingsplan en als bewijs dat het plan in minimum gelijke rechten voorziet.

De betrokken werkgevers kunnen slechts vrijgesteld worden van de sectorale pensioentoezegging, maar niet van de solidariteitstoezegging.

Artikel 9

§1. De jaarlijkse bijdrage voor de financiering van de sociale sectorale pensioenregeling bedraagt vanaf het jaar 2013 0,60% van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarlonen aan 108% van de arbeiders (MN), te verhogen met een bijdrage voor de financiering van de solidariteitsregeling ten beloop van 0,03% en met de toepasselijke RSZ-afhoudingen.

Elke werkgever die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst valt en niet is vrijgesteld van deelname aan de sectorale pensioentoezegging, moet deze bijdrage voldoen via RSZ-inning en dit volgens de bepalingen van het pensioenreglement en van het solidariteitsreglement bedoeld in artikel 6 en 7 van deze CAO.

§2. Voor de werkgevers die conform artikel 8, §2 vrijgesteld zijn van deelname aan de sectorale pensioentoezegging maar niet van deelname aan de solidariteitstoezegging bedraagt de bijdrage 0,03% van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarlonen aan 108% van de arbeiders (MN). De betrokken werkgevers moeten deze bijdrage voldoen via RSZ-inning en dit volgens de bepalingen van het solidariteitsreglement bedoeld in artikel 7 van deze CAO.

Artikel 10

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en treedt in werking vanaf 1 januari 2013. De Koning zal verzocht worden deze collectieve arbeidsovereenkomst algemeen bindend te verklaren.

Zij kan slechts opgezegd worden mits aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek mits respect van een opzegtermijn van één jaar.

Voorafgaandelijk aan de opzegging van deze collectieve arbeidsovereenkomst moet het Paritair Comité conform art. 10, §1, 3° van de WAP de beslissing nemen om het sociaal sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij 80 pct. van de stemmen van de, in het Paritair Comité benoemde, gewone of plaatsvervangende leden die de werkgevers vertegenwoordigen en 80 pct. van de stemmen van de in het Paritair Comité benoemde, gewone of plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen, heeft bekomen.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
21/01/2016
Registratienr
132528
Geldig van
01/01/2016
Geldig tot
Neerleggingsdatum
12/02/2016
Registratiedatum
06/04/2016
Onderwerp
bijdragepercentage voor de financiering van een aanvullend pensioen
BS Bericht van neerlegging
20/04/2016
Algemeen verbindend verklaring
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
08/01/2017
Gepubliceerd in het B.St. van
16/02/2017
Keywords
AANVULLENDE PENSIOENEN EN GROEPSVERZEKERINGEN, FONDSEN VOOR BESTAANSZEKERHEID